De techniek van de Z-baan.

Op deze bladzijde staan wat algemene dingen zoals de aansluiting van de connector, wat plaatjes van de bouw tijdens het aansluiten. In de andere hoofdstukken wordt wat dieper ingegaan op dat specifieke deel.

Aansluiting.

De baan wordt aangesloten met zogenaamde centronics connector. Op twee connector komen de trafoaansluitingen, voedingspanningen en schakelaars om de baan te bedienen. Hiervoor wordt een 14 polige en een 24 polige connector gebruikt, dit om bij het aansluiten geen vergissing te maken welke waar aangesloten moet worden.

 

 

 

 

 

 

De aansluitingen staan aangegeven zoals deze ook op de connector komen. De rijspanning voor de pendelbanen is gemeenschappelijk gemaakt. Tijdens de definitieve bouw kan de configuratie nog wijzigen. Zodra de gehele baan klaar is wordt de aansluiting definitief.

Het aansluiten van de baan.

Omdat onder de baan de opslag van de LGB-treinen is wil ik de draden beschermen tegen lostrekken. Een mogelijkheid is spijkeren of nieten, een andere oplossing is een kabelgoot. Ik heb gekozen voor de kabelgoot die standaard in de bouwmarkt te koop is. De de draden worden in een zo kort mogelijke weg naar de draadkoker toe geleidt. Ook komen draden vanuit het traject direct uit in de draadkoker. Dit moet als het geheel klaar is een strak plaatje opleveren.

 

De aansluitingen naar de rails en stopplaatsen heb ik als volgt gedaan. De draden op het eind vertint en een druppeltje tin aan de zijkant van de rails. Beide zaken bij elkaar gebracht en kortstondig met de soldeerbout verwarmen. Dit geeft een uitstekende verbinding. Het contact met de soldeerbout moet niet te lang duren omdat anders de railbedding wegsmelt. Ook moet je ervoor zorgen dat de verbinding onder de toplaag van de rails blijft. Oefening baart kunst en er is vast wel een stukje oude rail waarop geoefend kan worden.

Links van de aansluiting zien wij de railisolatie 8954 van Märklin. De verbindingslas moet weggenomen worden. Met een klein tangetje kunje de originele las zo er af trekken.

Het Viesmann bloksein lichtsein 4811 (kleurstelling bloksein) en het Viesmann uitrijdsein 4813 (kleurstelling uitrijdsein) (bouwbeschrijving).

4811                          4813

Het bloksein is een vrij eenvoudig sein met twee kleurwisselingen groen en rood. Dit soort seinen kom je op de trajecten tegen om de blokken te beveiligen. Op de modelbaan worden ze ook wel misbruikt als sein bij een stopplaats in het station. Een uitrijdsein heeft vier kleurstellingen. Elke kleurstelling is verantwoordelijk voor een veilig verkeer op het spoor. Zo hebben de kleuren rood en groen dezelfde betekenis als het bloksein. Brand bij groen ook nog de gele lamp dan mag de trein wel vertrekken maar is gebonden aan een lage snelheid. Gaat dubbelrood naar enkel rood met dubbel wit dan mag de trein alleen rangeerbewegingen maken. Op de Z-baan komen alle combinaties van het uitrijdsein voor, de trein vertrekt alleen als er enkel groen gegeven wordt.

Op het station Cochem staan enkele uitrijdseinen waarvan een op groen-oranje staat (tunnelwerkzaamheden).

Er is een filmpje gemaakt van de kleurwisseling van het uitrijsein op de Z-baan (filmpje).

Hoe worden de seinen op de Z-baan geschakeld.

Met stopplaats duidt aan dat de rails geschakeld wordt, zonder stopplaats duidt aan dat de rail niet geschakeld wordt.