Inhoudsopgave dit blad.

1. Overwegboom 74923.

2. Aansluiting hobbysein 74391.

3. Hobbysein 74391 naar linkerkant van het spoor.

4. Antibromschakeling ontkoppelrail

5. DC-motor linksom-rechtsom.

6. Knipperinstallatie Andreaskruis.

 

Aparte bladen

Driewegwissel.

Lijst met gebruikte conradproducten.

 

1. De overwegboom 74923.

Dab heb je een overweg en dan komt de trein eraan en dan gaan de bomen dicht, dat hoort ook zo, dus niets aan de hand. Als de trein voorbij is moeten de bomen weer omhoog. En hier schort het wel eens aan, dan blijft een boom halverwege staan, gaat helemaal niet omhoog, gaat veel later omhoog, noem maar op. Is hier wat aan te doen? Jazeker is hier wat aan te doen. Lijm op het contragewicht een M2 moertje, deze is niet groot en ook niet klein. Deze moer past exact op het contragewicht. Daar het contragewicht nu iets zwaarder is gaan de bomen weer open en staan ze ook beide in gelijke stand omhoog. Wil het dan toch nog niet dan voorzichtig het draaipunt iets uitbuigen. Let hierbij wel op dat de boom wel zijn draaipunten behoudt.

. <--

 

2. Aansluiting Hobbysein 74391.

Met drie relais kunnen wij een regeling maken voor het hobbysein 74391.

In deze opzet is ervoor gekozen om de voedingspanning voor het sein en de aansturing van elkaar los te koppelen. Het voordeel hiervan is dat de aansturing met schakelaars bediend kan worden of met een wisseldecoder (in de digitale baan). Bij het gebruik maken van een wisseldecoder kan het sein dus op een geheel andere voeding aangesloten worden (wel wisselspanning). Bij analoog gebruik kunnen de voedingsaansluitingen met elkaar doorverbonden worden. Relais K1 is het schakelrelais voor het sein en voor de schakelaar aan de uitgang. Door ingang J5 te schakelen komt K2 op en die schakelt relais K1 in. Het sein gaat van rood naar groen en de schakelaar K1-2 is gesloten. Schakelaar K1-1 zorgt ervoor dat relais K1 op blijft als de ingang J5 niet meer bedient wordt. Door ingang J6 te schakelen komt relais K3 op. Het contact K3-1 van K3 in de voedigsleiding van K1 zort ervoor dat K1 afvalt. Het sein gaat van groen op rood en schakelaar K1-2 is weer open.

Een ander voordeel van deze schakeling is dat na elke stroomuitval alle seinen op rood komen te staan, dus de treinen stoppen. Door een weerstand van 1k2 in serie met het sein te schakelen wordt de levensduur van de LED's in het hobbysein verlengt. Als relais kunnen bv de Takamisawa RY-12W-K relais gebruikt worden. Dit zijn relatief goedkope 12Vdc relais met twee wisselcontacten (Conrad 502866)(totale kosten, excl. hobbysein, geschat op 8,00-10,00 euro).

. <--

 

3. Hobbysein 74391 naar linkerkant van het spoor.

In Zwitserland rijden de treinen in de andere richting op het spoor als bij ons in Nederland. Dit houd in dat in Nederland de seinen rechts van het spoor staan en in Zwitserland Links. Bouw je een Zwitserse baan dan wil je de seinen op de modelbaan ook aan de goede kant plaatsen, dus links van het spoor in plaats van rechts. Met foto's wordt uitgelegd hoe je het hobbysein 74391 kunt draaien in zijn sokkel.

Sein origineel.                Twee plaatjes op de sokkel.         Wrik deze met beleid los, kan b.v. voorzichtig met een mes.

                        

  Plaatje zit met drukpennetjes vast.                                                          Beide plaatjes zijn verwijderd.

Schuif de seinmast uit de sokkel.

Door de eindaanslagen op de seinmast kan het sein maar naar één kant opschuiven.

De bevestigingslipjes zitten niet in het hart van de sokkel, dat is jammer maar niet onoverkomelijk.

 

 

 

 

      

 

 

 

 

 

 

  Verwijder allen de eindaanslagen (knippen, vijlen) en plaats de mast 180gr gedraaid weer terug.

                                

Plaats de beide kapjes weer terug en het eindresultaat is dat het sein aan de linkerkant van de rail geplaatst kan worden. De kapjes zorgen ervoor dat de seinmast op zijn plaats blijft.

Zijn wij nu klaar, nog niet helemaal. Brandt in de originele situatie de groene lamp dan zal nu de rode lamp branden. Dit is te verhelpen door de beide blauwe draden op de aansluiting (regelaar) om te wisselen. Dus waar op de regelaar eerst de donkerblauwe draad zat komt nu de lichtblauwe draad. Dit houdt in dat het niet noodzakelijk is om de draden op het sein zelf om te solderen maar dat je deze op de regelaar omdraait.

Nu heb je een sein die gebruikt kan worden op de Zwitserse baan.

. <--

 

4. Antibrom voor de ontkoppelrail.

Als je de ontkoppelrail bedient dan begint deze redelijk te brommen, net of hij er geen zin aan heeft. Hoe komt dit brommen eigenlijk? Een verklaring kan zijn dat de spoel in de ontkoppelrail het stukje ijzer van het ontkoppelmechaniek aantrekt. Door de wisselspanning zal dit 100x per seconde gebeuren (positieve en negatieve bult van de sinus). Elke keer als de sinus in de buurt van de 0V is dan zal het stukje ijzer weer afvallen, is de sinus op de top dan trekt het ijzer weer naar de spoel. Dit op en afvallen zal het brommen kunnen veroorzaken.

Is dit te verhelpen? Door nu de sinusspanning om te zetten naar een gelijkspanning zal dit brommen moeten verdwijnen. Met een gelijkspanning heb je geen bulten die het ijzer aantrekken en geen spanningen die in de buurt van de 0V komen die het ijzer dan weer loslaten.

De antibromschakeling tussen de ontkoppelrail en de bediening.

Het is een simpel maar doeltreffende schakeling, een schakeling die vaker op internet te vinden is. De brugcel maakt van de wisselspanning een gelijkspanning, beide bulten van de sinus staan nu boven de 0V lijn. De condensator zorgt ervoor dat de beide sinusbulten na de gelijkrichter verdwijnen en dat er een mooie rechte gelijkspanning overblijft. Zonder condensator hebben de bulten in principe een frequentie van 100Hz, deze zouden hetzelfde gebrom geven als een normale sinus voor de gelijkrichter. Met een enkele diode wordt het antibrom-effect zeker niet bereikt, dan wordt in principe een pulsspanning van 50Hz behouden, met een enkele diode wordt één van de bulten weggefiltert en dan behoud je 1 bult met een frequentie van 50Hz over. Ook het vermogen is minder daar je in de zelfde tijd als een volledige sinus de helft van die siuns gebruikt (voor een sinussignaal, zie techniek, analoog).

    Dus noodzakelijk om het gebrom te laten verdwijen, een brugcel en een elektrolythische condensator (elco afgekort)

    -  Brugcel                B80C2300-1500    Conrad      502626-89    ~0,66 euro

    -  Condensator        2200uF - 35V        Conrad:    1505573-89    ~1,19 euro

      Condensator, brugcel, ontkoppelrail.

. <--

 

5. DC-motor linksom-rechtsom.

Soms zijn er bewegingen die door een gelijkstroommotor (DC-motor) uitgevoerd worden. Een voorbeeld hiervoor is het ombouwen van de draaischijf 7186 van de wisselstroommotor naar de gelijkstroommotor (zie voor de motor SB-Modellbau artnr. 22128). Deze motor haalt niet het geluid noemenswaardig naar beneden maar de schijf moet er iets mooier door ronddraaien!. De Märklin trafo-uitgangen zijn wisselspanning, de motor is gelijkspanning. De motor moet linksom en de motor moet rechtsom kunnen draaien. Hiervoor is onderstaand schakelingetje bedacht.

Schakeling om de motor linksom en rechtsom te laten draaien.

Hoe werkt het: De dioden D1-D4 zetten de wisselspanning om naar gelijkspanning en de condensator zorgt ervoor dat de gelijkspanning geen rimpel heeft. Zoals het nu getekend is zal de motor niet draaien. Wordt er op S1gedrukt dan draaite de motor, neem even aan: rechtssom. De + is aan de linkerkant van de motor, de rechterkant wordt middels de schakelaar van K1verbonden met de -. Wordt op schakelaar S2 gedrukt dan gaat het relais K2 om en is de linkerkant van de motor met de - verbonden en de rechterkant met de +. De motor draait nu de andere kant op, neem even aan: linksom. De relais komen in serie met een diode en een weerstand op de drukknoppen omdat het 12V gelijkstroomrelais zijn.

In dit schema wordt ervan uitgegaan dat er twee aparte schakelaars gebruikt worden voor de schijfbediening (of het originele bijgeleverde schakelkastje). De schakelaars kunnen ook schakelaars in de seinplaat 7072 zijn, dan wordt bv de draaischijf bedient zoals je ook de wissels (in analoog bedrijf) bedient.

De kosten van een dergelijke schakeling vallen mee. We zouden het relais nog kunnen vervangen door een 24V relais, dan is de weerstand niet nodig (503820, 24V relais  3,07). Het geheel wordt dan ongeveer  2 euro duurder.

 

 

 

 

 

Let wel: de draaischijf is als voorbeeld genomen, dit zal met elke gelijkstroommotor moeten werken (mits de stroom niet te hoog is voor deze dioden).

. <--

 

6. Knipperinstallatie Andreaskruis.

Het onderstaand schema laat de beide rode lampen van het andreaskruis in het bekende ritme knipperen. Feitelijk zal de witte lamp er ook bij horen maar die is in dit schema achterwege gelaten. Wellicht in een up-date zal de witte lamp meegenomen worden.

Met D1 t/m D4 wordt de aangeboden wisselspanning omgezet naar een gelijkspanning. Met het timer-IC NE555 maken wij een pulsspanning. De frequentie is instelbaar met R2. Deze puls wordt aan een JK-flipflop doorgegeven. De JK-flipflop is dusdanig geschakeld dat de uitgang na elke puls van polariteit wisseld (Toggle-functie). Hierdoor krijgen wij een duty-cycle van 50% en is elke lamp even lang aan als uit. De uitgangen van de JK-flipflop sturen zogenaamde solid-state relais aan, zo wordt een duidelijke scheiding tussen de 230V en de laagspanning verkregen. De weerstanden R6 en R7 zijn 270 Ohm (12V / 50mA = 0,23kOhm).

Let wel dat deze schakeling een spanning voert van 240V, bij de bouw alles goed afschermen tegen aanraken. <--

  <--