Aansluitingen elektrische gebruikers (analoog)

Hieronder volgen een aantal principeaansluitingen voor de M-rail. De aansluitingen zijn eenvoudig om te zetten voor de nieuwere C-rail of de bestaande K-rail. Vergeet niet dat bij groter wordende analoge modelbanen het beschreven aansluitprincipe gelijk blijft en raak vooral niet verward door de meerdere aansluitdraden. Probeer bij het aansluiten of bij het zoeken van storingen het geheel in de hand te houden door je op het principe te focussen. Beperk je alleen naar dat deel waar je mee bezig gaat.

Kijk vooral ook even bij het hoofdstuk transformatoren, met name het gebruik van meerdere transformatoren en het verdelen van het vermogen over meerdere transformatoren. Kortweg: de transformatoren niet parallel schakelen maar de gebruikers (wissels, seinen, ontkoppelrails, baanvakken) over de transformatoren verdelen. Denk hierbij ook aan de gelijktijdigheidsfactor. Wat is de kans dat twee of drie wissels/seinen gelijktijdig bediend worden. Bij analoog en handbediend is de kans hierop vrij klein, bij analoog automatischbediend (schakelrails) kan dit zeer goed voor komen.

Kijk ook even bij stroomkring. Hier is een modelbaan verdeeld in meerdere stroomkringen en bij elke transformator van een stroomkring staat welke gebruiker (gele draad) op de betreffende transformator wordt aangesloten.

Aansluitingen rail.

Aan de aansluitrail 5111 zijn twee draden gesoldeerd, een bruine draad en een rode draad. De bruine draad wordt in de O-bus van de transformator gestoken, de rode draad in de B-bus. Bij de oude transformatoren (blauwe of grijze) zijn dit stekkerverbindingen bij de nieuwe (witte) zijn dit klemverbindingen. Hebben we geen aansluitrail dan kunnen we ook een bruine draad aan de metalen behuizing bevestigen (solderen) en een rode draad aan het lipje bevestigen. Willen we deze rode draad solderen dan het lipje een beetje schuren en zo snel mogelijk solderen (wegsmelten isolatiedeel).

Het aansluiten van de C-rail is net iets anders maar komt op het zelfde principe neer. Bij de C-rail wordt de rail aangesloten met een draad voorzien van een kabelschoentje.

 

 

Aansluiting stootblok met verlichting 7191.

Aan het stootblok met verlichting (7191) is een gele draad gemonteerd, deze gele draad moeten verbonden worden met de L-bus op de transformator. Om een lampje te laten branden moet deze aangesloten worden op twee bussen van de transormator, de O-bus en op de L-bus. Bekijken we het stootblok dan komt de O-aansluiting via de rails en de L-aansluiting via het gele draadje. Zijn er meerdere stootblokken naast elkaar geplaatst dan kunnen alle gele draden op een verdeelblokje (7209) aangesloten worden. Met één gele draad kan van het verdeelblokje naar de transformator gegaan worden. Zijn er geen stekkers aan de gele draden van de stootblokken dan kunnen meerdere draden in elkaar gedraaid worden (eerst isolatie verwijderen natuurlijk) en vandaar uit met één geledraad naar de L-bus van de transformator gegaan worden.

Aansluiting wissels.

De wissel heeft drie aansluitdraden, één gele draad en twee blauwe draden. De gele draad wordt verbonden met de L-bus van de transformator, de blauwe draden worden aangesloten op de schakelkast 7072 (of de nieuwere witte uitvoering). Met de schakelkast kunnen vier wissels bediend worden. De schakelkast wordt op de O-bus (bruine draad) van de transformator aangesloten. Voor de gele draden geldt hetzelfde als bij de stootblokaansluiting, bij meerder wissels bij elkaar de gele draden eerst op een verdeelplaat (7209) aansluiten en dan met één draad naar de transformator. Lees voor meerdere wissels: meerdere wissels, seinen en stootblokken.

Bij het hoofdstuk M-rail staat de binnenkant van de wissel afgebeeld. Hier ziet men ook de twee gekoppelde spoelen waarin zich de aandrijving voor de wisseltong bevindt. Door de spoel te bekrachtigen, waarin de aandrijving zich niet bevindt, doet de aandrijving naar de bekrachtigde spoel bewegen (met de spoel een magnetisch veld opwekken die het ijzer aantrekt). Het gevolg is dat de wissel om gezet wordt. Dit gebeurt met de blauwe draden en het schakelkastje. De gele draad is de gemeenschappelijke draad van de beide spoelen.

Aansluiting sein.

De aansluiting van het sein is in principe gelijk aan de aansluiting van de wissel. Het sein bevat alleen nog een schakelaar om de rijspanning te onderbreken. Deze schakelaar bevat twee rode draden. één van de rode draden wordt aangesloten op de middenleider van het geisoleerde deel, de tweede rode draad op de middenleider buiten het geisoleerde deel. Om er zeker van te zijn dat op alle kanten van het geisoleerde deel van rijspanning wordt voorzien kan een omleiding aangelegd worden. In het schema is dit het rode gestippelde draadje. Zitten de blikjes nog aan de rode draad dan kunnen die tussen de lipjes van de middenleider geplaatst worden. Als geisoleerd deel neem ik altijd minimaal twee hele rechten. Het isoleren kan met de door Märklin geleverde isolatie 5022 uitgevoerd worden of met een stukje papier van een reclameblad (zie hoofdstuk H0-spoor M-rail of C-rail).

Willen we een rangeerspoor met verlicht stootblok met een sein regelen dan wordt er op één plaats geisoleerd en is de omleiding niet nodig. Brand het lampje van het sein niet dan moet er naar het sein een bruine draad gebracht worden die aan de voorkant aangesloten wordt. Bij de seinen is een metalen bevestigingsplaat geleverd waarmee de seinen aan de rails geklikt kunnen worden. Deze metalen plaat zorgt voor de massaverbinding (bruine draad). Is de metalen plaat zoek of het sein wordt los langs de rail geplaatst dan moet er een extra bruine draad aangebracht worden. De bus in het sein is een directe verbinding met de metalen grondplaat van het sein.

Combinatie sein, wissel en stootblok met sluitlamp.

Een voorbeeld van een rangeerspoor, voorzien van sein en verlichte stootblok. Alle gele draden worden eerst op een verdeelplaat aangesloten en vanaf de verdeelplaat gaat één gele draad naar de transformator. Op de schakelkast 7072 is zowel de wissel als het sein aangesloten.

We hebben het traject uitgebreid met een ontkoppelrail 5112. Met de ontkoppelrail kunnen we wagens van elkaar afkoppelen zodat deze op het rangeerspoor achter kan blijven. Ook hebben we het sein van de rails losgehaald en om het lampje in de sein te laten branden is er een bruine draad naar toe geleid. Ook hebben we de bruine draden met een verdeelplaat 7209 aan elkaar gekoppeld.