Een automatische analoge baan.

We hebben een standaard C-rail ovaal met uitwijkspoor. Als basis nemen we het ontwerp wat gemaakt kan worden uit de startset met ovaal C1 en de uitbreidingsset C3.

Ook zijn er startsets waarmee deze ovaal gemaakt kan worden.

Het ontwerp kan opgebouwd worden uit de bochtwissels 24671 en 24672, 14 bochten 24130, 9 rechte rails 24172 en 9 rechte rails 24188. De minimale tafel heeft een afmeting van 190x90cm, groter kan altijd.

 

 

 

 

De bedoeling is twee analoog geregelde treinen automatisch te laten rijden. Met analoog wordt bedoelt dat een normale trafo met draaiknop de treinen aanstuurt. Om de baan automatisch aan te sturen hebben wij minimaal 2 schakelrails 24994 en één rechte rails 24094. Is de ruimte er om de baan 9,5cm langer te maken dan worden alle rechte stukken verlengt, het dubbelspoor met de beide schakelrails en het enkelspoor met de halve rechte. Is de ruimte er niet dan worden twee rechte rails 24188 in de beide parallele sporen vervangen door de schakelrail waarbij de schakelrail verlengt wordt met de halve rechte. De rechterail 24188 is 188,4mm, de schakelrail 24994 is 94,2mm en de halve rechte 24094 is ook 94,2mm.

Naast de schakelrail zijn er twee wisselaandrijvingen 74491 nodig en twee seinpalen. Als seinpaal kun je kiezen uit bv het armsein 7039 of het lichtsein 7188, voor de aansluiting zijn beide seinen gelijk aan elkaar.

De elektrische componenten.

Trafo 6647, de trafo heeft een vermogen van 32VA en dit is voldoende voor het aansturen van deze baan.

 

 

 

 

De wisselaandrijving 74491. Deze is makkelijk aan te brengen in de bestaande handwissel van de C-rail serie. De aandrijving wordt na het plaatsen met twee kruiskopschroefjes vast gezet. De elektrische aansluiting is een stekkerverbinding. Voor dit ontwerp zijn er twee benodigd.

 

 

Isolatiesokjes 74030. Bij stopplaatsen moet de middenleider geisoleerd worden. Dit moet zowel links als rechts van de stopplaats. Hiervoor worden isolatiesokjes gebruikt die om het contact van de middenleider in de voet van de rail geschoven worden. Per isolatieplaats heb je er twee nodig, voor de stopplaats dus 4. Voor dit ontwerp zijn er 8 nodig en dat is één verpakking.

Aansluitdraadjes 74040. Dit is een gecombineerde rode en bruine draad van 1 meter lang. Aan één kant zijn stekkertjes geplaatst die aan de rail aangesloten kunnen worden. De stekkers of steekhulzen zijn ook los te verkrijgen onder nummer 74995 (20 stuks). Voor het ontwerp zijn er twee van deze aansluitdraden nodig. Beide kleuren worden nu gebruikt voor de middenleider, de rode aan het rijgedeelte en de bruine aan de stopplaats.

 

Schakelrail 24994. Met de sleper onder de lok wordt het contact gemaakt. De schakelaar heeft twee schakelcontacten die richting afhankelijk geschakeld worden. Er kan dus onderscheid gemaakt worden voor treinen die linksom of rechtsom rijden. De aansluiting wordt gemaakt met steekhulzen 74995. Waarschijnlijk zijn deze met een stukje draad bijgevoegd. Voor het ontwerp zijn twee schakelrails benodigd maar er is ook wel iets te bedenken waarbij er drie nodig zijn. De lengte van de rail is 94,2mm. Om de rail een gelijke lengte als de volle lengte 24188 te geven is een rechterail 24094 benodigd.

 

Hoofdsein 7039 is een armsein met één arm. Onder de arm is een verlichte schijf die groen of rood wordt. Groen voor veilig en rood voor stoppen. Het sein wordt aangesloten middels 6 draden. 2 voedingsdraden (geel en bruin), 2 bedieningsdraden (blauw) en 2 schakeldraden (rood). De bruine draad wordt met een steekstekker aan het sein gemonteerd, de andere 5 zijn aan de seinpaal gesoldeerd. Met de twee rode draden wordt de spanning op de rail geschakeld. Bij rood is de schakelaar open dus geen spanning, bij groen gesloten dus wel spanning in het stopstuk. In de ontwerpen die getoond worden is er voor gekozen om de bruine en de gele draad rechtstreeks op de trafo aan te sluiten. De bruine zou ook vanaf de rails gehaald kunnen worden. Voor het ontwerp sein twee seinen benodigd.

Hoofdsein 7188 is een lichthoofdsein. Het sein bevat twee lampen, een groene en een rode. De aansluiting is gelijk aan de 7039.

 

 

 

Het principe voor 2 locomotieven.

Principe 1: 2 locomotieven (zelfde richting).

Ieder trein rijdt een rondje en bij binnenkomst vertrekt de andere trein. De wissels worden goed gezet zodat ook bij de wissel die er niet toe doet de wisseltong goed staat. Schakelrail C2 zet beide wissels op recht en het sein S2 op groen. Zijn eigen sein S1 werd op rood gezet door C1. C3 set de wissel op gebogen, sein 1 op groen en zijn eigen sein S2 werd door C1 op rood gezet..

 

Principe 2: 2 locomotieven (tegengestelde richting).

Is in werking gelijk als principe 1, echter de treinen rijden tegen gesteld. Principieel veranderd er niets alleen de stopplaats met sein S2 komt op een andere plaats.

De seinen worden op rood gezet als de trein vertrokken is. De schakelrail zit in het midden van beide seinen zodat de trein zijn eigen sein op rood kan zetten. De schakelrail is richting afhankelijk zodat de trein in de juiste richting het juiste sein op rood kan zetten.

Principe 3: 3 locomotieven (tegengestelde richting).

3 loks die ombeurten rijden, twee gaan linksom en één gaat rechtsom. De draadjes zijn niet getekend daar vermeld staat wat waar naar toe moet. Te veel draad maakt het ook weer onoverzichtelijk.

Principe 4: 3 locomotieven en dubbelspoor

Blijven wij in dit soort ontwerpen dan kunnen wij er nog een spoor omleggen zodat de baan dubbelspoors wordt.

De grondplaat heeft een afmeting van 122x244cm, een volle plaat bij de bouwmarkt. De zwarte lijnen zijn de 1 meter en de 2 meter lijnen en stellen eigenlijk niets voor. Er zijn 5 schakelrails in opgenomen, hoe dit op de seinen in gaat grijpen moet nog bedacht worden. Druk op de afbeelding voor de kleurenafbeelding, klik hier voor de materiaallijst.

Maak je in de rode baan en het groene spoor de stopplaatsen voor twee treinen dan kun je per trein drie rondjes rijden alvorens deze weer stopt. Op het rode spoor vertrekt de trein en komt na een rondje op het blauwe spoor, hier is vrij baan voor het tweede rondje. Dan gaat de trein weer terug naar het rode spoor en rijdt daar zijn derde rondje. Hij stopt weer op de plaats daar waar hij vertrokken is en de trein die op het groene spoor staat kan nu zijn drie rondjes rijden. Op het blauwe spoor is dan geen stopplaats en een derde trein aanwezig.