LGB    Digitaliseren locs  tips.

CV instellingen (standaard),

CV Omschrijving     Standaard Bereik  
CV1 Lokadres     CV29 bit5 = 0 3 1-127  
CV2 Startspanning in rijstap-1 CV2/255 * Urail 2 1-255  
CV3 Acceleratietijd CV3/2 (sec) 3 1-255  
CV4 Remvertraging CV4/2 (sec) 3 1-255  
CV5 Maximale rijsnelheid CV5/255 255 1-255  
CV6 Middelwaarde rijsnelheid CV6/255 64 1-255  
CV9 Motorfrequentie 0 = 16kHz 0 0-3  
        1 = 2kHz      
        2 = 250Hz      
        3 = 60Hz      
CV15 Programmeerblokkade vrij als CV15=CV16 144 0-CV16  
CV16 Programmeerblokkade Vaste waarde 144 144  
CV17 Lang adres hoog byte CV29 bit5 = 1 128 128-10239  
  CV17 = adres / 256 (waarde voor de komma)  
CV18 Lang adres Laag byte CV29 bit5 = 1  
  CV18 = adres - (CV17*256)    
CV29 NMRA Configuratieregister   4 0-63  
               
    S (uit) 0 (aan) 1 Opmerking  
  Bit 0 1 Normale rijrichting Inverse rijrichting      
  Bit 1 2 14 rijstappen 28 rijstappen 128 wordt herkend  
  Bit 2 4 Digitaal bedrijf Analoog en digitaal      
  Bit 3 8          
  Bit 4 16 Interne rijcurve Programmeerbare rijcurve CV67-CV97    
  Bit 5 32 Kort lokadres (CV1) Lang lokadres (CV17+18)      
               
CV49 Massoth configuratieregister   2 0-31  
    S (uit) 0 (aan) 1 Opmerking  
  Bit 0 1 Parallelle dataoverdracht Parallelle en seriele dataoverdracht Serie/Parallel wordt bij aan (1) automatisch herkend.  
  Bit 1 2 Digitale vermogens- regeling uit Digitale vermogens- regeling aan      
  Bit 2 4 Analoge vermogens- regeling uit Analoge vermogens- regeling aan      
  Bit 3 8 A1-uitgang, standaard functie A1-uitgang, Fast Puls String (P-update) Bit-3 alleen op aan (1) als bit 0 op aan (1) staat.  
  Bit 4 16 Massoth bus SUSI bus      
               
CV50 Dimwaarde verlichting 32 is volle spanning (24V) 32 1-32  
CV51 Schakelwaarde uitgang licht voor +128 alleen vooruit 128 0-16  
CV52 Schakelwaarde uitgang licht achter +64 alleen achteruit 64 0-16  
CV53 Dimwaarde uitgang 1+2 32 is volle spanning (24V) 32 1-32  
        +64 voor uitgang 1      
        +128 voor uitgang 2      
        +192 Voor uitgang 1 en 2      
CV59 Rangeerstand (halveren rijsnelheid) 0=off 8 0-16  
CV64 Schakelbare Acceleratie/remvertraging 0=geen functietoets 7 0-16  
CV112 Dimwaarde uitgang 3+4 32 is volle spanning (24V) 32 1-32  
        +64 voor uitgang 3      
        +128 voor uitgang 4      
        +192 Voor uitgang 3 en 4      
CV129 Uitlooptijd powerbuffer bij digitaal bedrijf 0 1-255  
CV130 Uitlooptijd powerbuffer bij analoog bedrijf 0 1-255  
CV131 Functieschakelaar geluid 1     0-16  
t/m              
CV142 Functieschakelaar geluid 12     0-16  
CV147 Geluid aan/uit   6 0-16  
CV148 Starten en uitzetten motor   5 0-16  
CV151 Herhalingen geluid 1 16 is continue   0-16  
t/m              
CV162 Herhalingen geluid 12 16 is continue   0-16  
CV200 Totaal volume   32 1-63  
    Bij externe volumeregelaar (potmeter) 255    
CV201 Volume geluid 1 0=1/4, 1=1/2, 2=3/4,3=1 3 0-3  
t/m              
CV212 Volume geluid 12 0=1/4, 1=1/2, 2=3/4,3=1 3 0-3  

 

Aandachtspunten.

Bij het gebruik van een LGB MZS I of II centrale, zonder parallele functieuitgang, moet de seriele dataoverdracht in CV49 geactiveert worden (Bit 0 wordt 1).

Bij het gebruik van een LGB MZS I of II centrale is het aantal rijstappen 14.

Bij het programmeren van een Massoth-decoder door een niet Massoth programmeerapparaat kan het zijn dat door de hogere programmeerstroom het programmeerapparaat uitslaat. Zo wordt bv bij Lenz een weerstand van 47 Ohm in de leiding naar de programmeerrail gesoldeerd om dit te voorkomen.

Basisinstellingen Rijgedeelte.

Het adres (CV1 of CV17/CV18) (iedere lok heeft een uniek adres).

    In CV29 maak je de keuze voor een kort adres of een lang adres. Is het adres kleiner dan 128 dan neem je het korte adres, is het adres boven de 127 dan neem je het lange adres. Lees je de CV waarde uit en de uitkomst is lager dan 32 dan is de decoder ingesteld op het lage adres, bij hoger op het lange adres.

        Bepalen van de waarde voor CV1.

        Bepalen van de waarden voor CV17 en CV18 volgens de Massoth methode.

            Voor lokadres   376 krijgt CV17 de waarde 1 en CV18 de waarde 120.

            Voor lokadres 2056 krijgt CV17 de waarde 8 en CV18 de waarde 8.

         Bepalen van de waarden voor CV17 en CV 18 volgens de DCC bepaling.

        Bepalen CV17 en CV18 (Excel rekenblad)

Rijstappen (CV29 bit 1).

NMRA configuratieregister (CV29).

Als CV29 ter sprake komt dan wordt er gesproken over bit 1 of bit 2 van dit register. Dit bit moet aan staan of uit. Met aan staan wordt bedoeld dat de waarde van het bit 1 is en alle bits van register CV29 achter elkaar vormen dan een getal. De telling van de bits begint aan de rechter kant, dus: bit5-bit4-bit3....bit0. Als alleen bit 1 aan moet staan (28 rijstappen) dan wordt de code in CV 29 als volgt: 00010, binair is dit het getal 2. In CV29 wordt dus het getal 2 ingevoerd. Om de waarde in CV29 te bepalen worden de getalwaarden van de bits opgeteld. Bit0 = 1, bit1 = 2, bit2 = 4, bit3 = 8, bit4 = 16 en bit5 = 32. Als tweede voorbeeld hebben we de situatie dat de lok rijdt op 28 rijstappen en dat de rijrichting inverse is. Als binair getal komt in CV29 00011 te staan en dat is decimaal 3.

  Voorbeeld bepalen waarde CV29.      
      Normale rijrichting Bit 0 = 0 -> 0 Inverse rijrichting Bit 0 = 1 -> 1
      28 rijstappen Bit 1 = 1 -> 2 28 rijstappen Bit 1 = 1 -> 2
      Digitaal bedrijf Bit 2 = 0 -> 0 Digitaal bedrijf Bit 2 = 0 -> 0
      Interne rijcurve Bit 4 = 0 -> 0 Interne curve Bit 4 = 0 -> 0
      Kort lokadres Bit 5 = 0 -> 0 Kort lokadres Bit 5 = 0 -> 0
      Waarde CV29                       2 Waarde CV29                       3

Acceleratie en Remvertraging (CV3 en CV4).

De acceleratietijd is de tijd dat de lok nodig heeft om tot de ingestelde rijsnelheid te komen, deze is in te stellen in CV3. Daartegen kan ook de tijd ingesteld worden dat de lok tot stilstand komt, deze is in te stellen in CV4. In CV3 en CV4 komt een waarde te staan die het dubbele is van de gewenste tijden, de tijd is in sec. Elke verhoging van 1 is 0,5seconde. De maximale tijd is 128seconden bij een waarde van 255.

Met een functietoets zijn deze functies uit- of aan te schakelen. Standaard is dit met functieknop 7 te regelen (CV64=7). In register CV64 is de waarde van de gewenste functietoets in te geven, is de waarde 0 dan is er geen functietoets toegewezen.

Rijcurve (CV29 bit 4).

De rijeigenschappen van de lok kan door de rijcurve beinvloed worden. Er kan gekozen worden door een lineare of een vrij programmeerbare rijcurve. De lineaire rijcurve is met drie waarden in te stellen  (CV2-CV5-CV6) en is hierdoor ook de makkelijkste om in te stellen. De lineaire is ook standaard op de decoder ingesteld (CV29 bit4 = uit -> interne rijcurve). De waarden CV67 t/m CV94 hebben geen functie als de lineaire functie gekozen is.

De programmeerbare rijcurve kijkt naar de waarden in CV67 t/m CV94. Met deze waarden valt een curve naar eigen inzicht te laten verlopen. Bit4 van CV29 moet op 'aan' staan anders kijkt de lok (decoder) naar de lineaire rijcurve. Is voor de programmeerbare rijcurve gekozen dan hebben de waarden in CV2, CV5 en CV6 geen functie meer.

Startsnelheid (CV2).

In CV2 is de startsnelheid in te stellen. Gaat de lok bij de eerste rijstap en bij afgeschakelde vermogensregeling niet rijden dan de waarde in CV2 verhogen.

Maximale rijsnelheid (CV5).

In CV5 is de maximale rijsnelheid in te geven, dit is een verhouding tot de werkelijke maximale waarde van de rijsnelheid. Door de waarde in CV5 te delen door 255 krijgt met de verhoudingswaarde. Heeft CV5 de waarde 255 dan is de maximale rijsnelheid 255/255=1, dus 100%. Bij een waarde van 200 is de maximale rijsnelheid 200/255=78%. Bij het verlagen van de maximale rijsnelheid gaan alle waarden in de stappen procentueel mee naar beneden, het wordt dus niet afgekapt.

Middelwaarde rijsnelheid (CV6).

In CV6 is de middelwaarde van de rijsnelheid in te geven. Hiermee wordt bedoelt of de rijcurve lineair is tussen min (CV2) en max (CV5) of in de eerste helft wat vlakker en in de tweede helft wat stijler is. Met vlakker wordt bedoelt dat bij het verhogen van de stappen de lok minder snel sneller gaat, bij stijler juist andersom dan gaat de lok meer sneller bij het verhogen van de stappen. Er zijn drie situaties te creeren:

  1. CV6 kleiner dan CV5/2.  In de eerste helft van de rijstappen versnelt de lok minder hard dan in de tweede helft. De eerste helft van de rijstappen is grafisch gezien vlakker dan de tweede helft. Deze instelling is tevens idealer bij rangeren omdat dan bij wijzigen van de snelheid de lok minder heftig reageert.
  2. CV6 gelijk aan CV5/2.    De versnelling van de lok is over het gehele rijstappen gebied gelijk. Grafisch gezien loopt er een rechte lijn tussen min en max.
  3. CV6 groter dan CV5/2.  In de eerste helft van de rijstappen versnelt de lok harder per rijstap dan in de tweede helft. De eerste helft van de rijstappen is grafisch gezien stijler dan de tweede helft.

De drie rijcurven in één grafiek.

Rangeergang CV59).

Voor een beter rijgevoel bij het rangeren is er de mogelijkheid om de lok langzaam te laten rijden. Bij het activeren van deze functie gaat de lok op halve snelheid rijden. Dit is onafhankelijk van het aantal gekozen rijstappen. Standaard is deze rangeerstand met functieknop 8 te kiezen. Het bijbehorende CV register is CV59. Als CV59 op 0 gezet wordt is de functie uitgeschakeld. De functie is aan de functietoetsen 1 t/m 16 toe te wijzen.

Motorfrequentie (CV9).

In de basis loopt een motor rustiger en stiller bij een hogere frequentie. Standaard draait de lokmotor op een frequentie van 16kHz. Bepaalde type motoren draaien het gunstigst op een lagere frequentie. Dit is te vernemen door een (te) warm wordende of onrustig lopende motor. In CV9 is in 4 stappen de motor frequentie in te stellen. Standaard staat CV9 op 0 en dit behoort bij een motorfrequentie van 16kHz.

Blokkeren programmeren (CV15/CV16).

Om te voorkomen dat de decoder onbedoeld opnieuw geprogrammeerd wordt kan het programmeren geblokkeerd worden. De decoder is alleen te programmeren als CV15 en CV 16 dezelfde waarde bevatten. Standaard is de waarde 144 waarbij aanbevolen wordt  dat CV16 deze waarde altijd zal blijven behouden. In CV15 kunnen de waarden tussen 0 en de waarde van CV16 gezet worden.

Verlichtingssterkte (CV50).

Branden de voor- en achterlampen te fel dan kan de spanning op de uitgangen gereduceerd worden. Als de waarde 32 in register CV50 staat dan hebben de lichtuitgangen een spanning van 24V. Moet dit bv 20 volt worden dan komt in CV50 de waarde 20/24 * 32 = 27 te staan (26 kan ook).

Verlichting voor (CV51).

De lichtuitgangen kunnen ook door de functietoetsen 1 t/m 16 geschakeld worden. Normaal wordt de verlichting geschakeld door functietoets 0. Door in CV51 de waarde 2 te zetten zal de aangesloten lamp aangaan als functietoets 2 ingedrukt wordt. Door nogmaals deze toets in te drukken gaat de lamp weer uit, dit onafhankelijk van de rijrichting. Moet dit rijrichtings afhankelijk worden dan wordt voor 'vooruit' de waarde 128 bij de CV waarde opgeteld en bij 'achteruit' de waarde 64. In het voorbeeld: De voorlamp moet schakelen op functietoets 2 en alleen bij vooruit aangaan. De waarde in CV51 wordt dan 128+2 is 130 (CV51 = 130).

Standaard staat in CV51 de waarde 128. Dit klopt want de lamp wordt geschakeld door functietoets 0 en mag alleen bij 'vooruit' aan gaan. In het rekensommetje wordt dit 128+0=128 (CV51 = 128).

Verlichting achter (CV52).

De uitleg is gelijk aan CV51 echter nu voor de achterlamp. Om de achterlamp alleen actief te maken bij achteruit rijden wordt de waarde 64 bij het CV register opgeteld.

 

Basisinstellingen Geluidsgedeelte.

Extra geluiden (CV131-CV142).

Schakelen van de maximaal 12 extra  geluiden kan in CV131 t/m CV142. CV131 is voor geluid 1 en CV142 voor geluid 12. De waarde in CV131 is de waarde van de functietoets. De waarde kan liggen tussen 0 en 16. Is de waarde 0 in gegeven dan is het geluid gedeactiveerd, aan deze waarde (lichttoets) kan geen geluid toegewezen worden. Het geluid kan alleen toegewezen worden aan de functietoetsen 1 t/m 16. Lees voor CV131 voor geluid 2 CV132 etc..

Herhalen van het geluid (CV151-CV162).

Na het indrukken van een toets kan het geluid een aantal malen herhaald worden. Voor geluid 1 kan het aantal herhalingen ingegeven worden in CV151, voor geluid 2 in CV151 etc. Is de waarde die ingegeven wordt 0 dan is er geen herhaling en gaat het geluid 1 maal. Is de waarde 16 dan gaat het geluid niet uit (duurgeluid) totdat de toets nogmaals ingedrukt wordt. Het aantal herhalingen is in te stellen met de waarden 1 t/m 15.

Volume van het geluid (CV201-CV212).

Elk geluid heeft zijn eigen volume. Het volume is in 4 stappen van elk 25% in te stellen. Voor geluid 1 is de waarde van 0 tot en met 3 in te geven in CV201, voor geluid 2 in CV202 etc.

Totaal volume (CV200).

In CV200 wordt het totaal volume geregeld, hierbij is 0 uit en 63 op zijn hardst. Standaard staat CV200 op 32. Bij het gebruik van een externe volumeregelaar (draaipotmeter) wordt in CV200 de waarde 255 ingegeven. De deceoder weet dan dat het geluidsniveau met een potmeter wordt geregeld.

Geluid aan en uit (CV147).

Standaard wordt het geluid aan en uit gezet met functietoets 6. Indien nodig is dit in CV147 te wijzigen.

Motorgeluid aan en uit zetten (CV148).

Het starten en uitzetten van een motor (o.a. dieselgeluidskaart) wordt standaard geregeld met functietoets 5. In CV 148 is dit te wijzigen naar een andere functietoets.