LGB Digitaal - Functieknoppen Handy.

F -> 1, Wissels en andere EPL-aandrijvingen: In het display verschijnt S_- en nu kan het gewenste nummer ingetoetst worden. Met de pijltjestoetsen onder in het toetsenbord is nu de gekozen wissel (of ander EPL-apparaat) te schakelen. Kiest men een ongeldig nummer dan verschijnt wederom S_- in het beeld en kan men opnieuw beginnen.

 

F -> 2, Locomotief sturen: In het display verschijnt L_XX waarbij XX het loknummer is. Om een nieuw loknummer te kiezen wordt eerst op de knop-0 gedrukt. In het venster verschijnt L_-- en een adres tussen 0 en 22 kan gekozen worden. Bij een verkeerde ingave komt het display terug op L_-- en er kan een nieuw adres gekozen worden. Met de pijltjestoetsen kan de snelheid van de lok geregeld worden. Houdt deze langere tijd in en de L op het display begint te knipperen. De toets loslaten als de gewenste snelheid is bereikt. Moet de lok langzamer dan de andere pijltoets indrukken totdat de gewenste snelheid is bereikt. Wederom gaat de L knipperen wat aangeeft dat er verzonden wordt. Moet de lok tot stilstand komen dan de ronde knop tussen de pijltjes toets even indrukken, deze behoeft niet vastgehouden te worden. De verdere lok-bediening zoals licht en speciale functies is gelijk aan zoals bij de Lok-Handy 55016 omschreven.

F -> 3, Rijstraten schakelen: In de Universele-Handy kunnen tien wisselstraten opgegeven worden. Een wisselstraat is een samenvoeging van maximaal 15 wissels en/of seinen die op één commando gelijktijdig omgezet worden. Zo kan een voortijdig ingestelde rijweg met één druk op de knop ingesteld worden. In het display verschijnt F_-, nu kan het nummer van de rijweg ingegeven worden. Het gekozen nummer ligt tussen 0 en 9. Bij verkeerde ingave komt wederom F_- in het display te staan zodat het juiste nummer gekozen kan worden. Na het starten van de instelling kan het even duren voordat alle wissels en seinen omgezet worden. Als de rijweg nog aan het schakelen is dan moet er niet op de F gedrukt worden, dit stopt de voortgang. Wordt de noodstop geactiveerd tijdens het schakelen dan wordt deze aktie onderbroken en gaat weer verder als de noodstop is opgeheven.

F -> 4, Dubbeltractie aansturen: Een dubbeltractie is een verband van twee locomotieven die bv voor zeer lange treinen samengekoppeld zijn. Let bij het samenstellen van de loks er wel op dat de snelheid van beide loks onderling ongeveer gelijk is. Bij ongelijke snelheden kan er schade ontstaan aan de lok-aandrijving. Bij de aanvang moet men er ook op letten dat de rijrichting van beide loks dezelfde kant op staan (anders gaan de loks aan elkaar trekken en komt de trein niet op gang). Er kunnen 10 dubbeltracties in de Universele-Handy samengesteld worden. In het display verschijnt d_X en nu kan de tractienummer gekozen worden. Dit is weer tussen 0 en 9. Bij verkeerde ingave komt d_- in het display zodat een nummer tussen 0 en 9 gekozen kan worden. Met de pijltjestoetsen kunnen de loks geregeld worden, ook zijn de speciale functies aanroepbaar.

F -> 5, Identificatienummer: Elk apparaat wat met de LGB-databus verbonden is krijgt een ID-nummer, dus ook de Universele-Handy. Bij de aankoop is het ID-nummer van de Universele-Handy 1 en zo moet het eigenlijk ook blijven. U zult dus elk apparaat in het MZS-systeem een ID toekennen, zover het instelbaar is. Voor de ID-nummers zijn de ID1 t/m ID7 instelbaar waarbij ID1 en ID2 het vaakst gebruikt worden voor het geven van de commando's dan de hogere ID-nummers. Bij de 55000 MZS-centrale kan alleen ID1 en ID2 gekozen worden. Wanneer je problemen hebt met bv het schakelen van de wissels en seinen dan is meestal het ID van de Handy veranderd. Na de keus verschijnt in het display P_-, geef nu de gekozen ID op.

F -> 6, Reactietijd pijltoetsen: Met de pijltoetsen is de snelheid van de lok te regelen door meerdere malen op de toets te drukken of deze toets te blijven vasthouden. Om de lok een optrek of remvertraging te geven kan de tijd tussen de pulsen ingesteld worden. Wil men snel optrekken of afremmen dan kan de tijd tussen de pulsen op 0,3 sec ingesteld worden. Wil men gestaag optrekken of afremmen dan kan de tijd tussen de pulsen op 1,2 seconden ingesteld worden. Tussen de 0,3 sec en de 1,2 sec kan men de tijd in 7 (1-7) stappen instellen. Op het display verschijnt P_-. Nu het gekozen getal indrukken.

F ->7, Rijweg programeren: In deze stand kunnen maximaal 10 rijwegen met elk 15 onderdelen samengesteld worden. Ee rijweg kan bv het binnerijden van een meersporig station zijn of het wisselen van een traject. Na het kiezen verschijnt P_- in het display en nu kan een nummer aan de rijweg toegekent worden (0-9). Op het display komt wederom P_- te staan en nu kan het nummer van het eerste onderdeel ingegeven worden (1-128). Geef nu met de pijltjestoetsen de actie aan, bv wissel recht, wissel bocht, sein rood of sein groen. Na het ingeven met de pijltjestoets komt wederom P_- in het scherm zodat het volgende onderdeel ingegeven kan worden. Zo kan men maximaal 15 onderdelen in één wisselstraat toekennen. Ben je klaar of heb je minder dan 15 onderdelen in te geven dan druk je op de F en het rijweg programeren is beeindigd.  Nu wel een andere functiekiezen.

F -> 8, dubbeltractie programeren: Er kunnen 10 lokcombinaties opgegeven worden. In het display verschijnt P_- en het combinatienummer 0-9 wordt ingegeven. Vervolgens verschijnt P_-- en nu kan het adres van lok-1 ingegeven worden (0-22). Wederom komt er P_-- in het display en nu kan het adres van lok-2 ingegeven worden (0-22). Wederom komt P_-- in het venster en nu moeten de rijrichtingen van elke lok ingesteld worden. Hiervoor zijn 4 mogelijkheden, nl: 0 = beide loks rijden in dezelfde richting, 1 = lok-1 rijdt in tegengestelde richting, 2 = lok-2 rijdt in tegengestelde richting, 3= beide loks rijden in gelijke richting maar dan andersom. Loks worden ook wel ruggelings tegen elkaar aangezet en daarom is deze optie meegenomen. Wat nu met optie 3 bedoeld wordt kan ik zo niet zeggen.