Zolder 70, de banen in Donker Hoekie (Märklin M-rail jaren 70)                                www.ab-treinen.nl

Na het krijgen van een beginset 0973 en de uitbreidingsdoos 5091 voor mijn 9e verjaardag was de treinenhobby begonnen. Ruimte om het spoor te laten liggen was er niet. Elke keer moest de baan op de tafel opgebouwd en weer opgeruimd worden als we moesten eten. Opeens werd de bank ontdekt, onder de bank kon het baantje blijven liggen maar het was niet ideaal er moest toch iets anders komen. Op zolder was een berghok gebouwd, deze had een afmeting van 240x180cm en had geen ramen. De ruimte lag redelijk vol met allerlei spullen waarvan wij dachten dat deze bewaard moesten  blijven. Op de rimmen lagen de spelletjes en puzzels, op de grond wat koffers en dozenspul. Omdat het donker was in deze ruimte kreeg het al snel de naam 'Donker Hoekie'. Op een dag kwam paps met wat latten, pluggen, schroeven en een boormachine aanzetten. Ik dacht wat gaat er nu gebeuren, vol verwachting volgde ik hem naar de bovenste verdieping. De latten waren bedoeld voor het framewerk voor een treintafel. In een middag was het klaar, ik had een treintafel van 240x100cm. Uren heb ik daar doorgebracht en diverse baantjes hebben er gelegen. Ook baantjes met schakelrail waarbij de treinen elkaar omstebeurt rondstuurden, prachtig was dat. Ook werden er een paar lampen neergehangen zodat er licht was, anders zat ik daar maar in het donker.

Zie ook: De kleinere modelbaan automatisch geregeld (klikken).

Onderstaande baantjes zijn baantjes in de trend zoals ik ze gebouwd heb, de ontwerpen zijn niet exact wat ik ooit gebouwd heb maar het zijn redelijk goede benaderingen. Het waren steevast ontwerpen met een dubbele ovaal van 8 rechten lang met afwisselend  tussenstuk. Het werd niet vanaf tekening gebouwd maar uit het hoofd. Als er een baantje lag dan werd de volgende al weer bedacht, of werd bedacht om de baan automatisch te laten functioneren. Er werdt door de jaren heen seinen en bovenleiding aangeschaft, achter op het lange stuk kwamen één of twee boogbruggen (niet op hoogte) en bij de rangeersporen stond de kraan 7051.

De loks die door de tijd rondreden waren het lokje uit de beginset 3029, de rode rangeerlok 3044 (EA800), de groene DB-lok 3037 (E141), de blauwe NS-lok 3161(1202) en de blauwe rangeerlok 3078 (DHG500). Maar opeens ook de groene krokodil 3356 (CE6/8), destijds mijn paradepaardje.

Er zijn altijd even veel linker als rechter wissels, deze werden destijds als sets verkocht. Later waren er ook bochtwissels aan de collectie toegevoegd maar die zie je nog niet direct in de ontwerpen terug, komt misschien nog.

Blauw    Buiten ovaal

Rood     Binnen ovaal

Oranje   Industriecirkel

Geel      Stopplaatsen / Seinen

Groen    Opstelsporen (konden stroomloos geschakeld worden).

Het ontstaan van de diverse treinbanen.

(1). Met de bestaande verzamelde rails werd het eerste baantje op de treintafel gelegd, de bochten 5120 uit de beginset, de handwissels uit de uitbreidingsdoos, al twee paar elektrische wissels 5202 en al aardaig wat rechte rails, het begin is er. Er werd gespaard voor een seinpaal 7039 (de 7040 was net iets te duur) zodat er een schakelaartje minder was om een stukje rail stroomloos te maken. Een tweede transformator was ook opgescharreld zodat de binnen en buitenovaal onafhankelijk aangestuurd kon worden (baan-1). 

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(2). De wissels bedienen met de hand kon natuurlijk niet langer, hoe kon dit anders. Bedacht is dat met de aanschaf van een driewegwissel alle wissels elektrisch bediend konden worden en ik hield een enkele koppeling tussen de binnen- en buiten ovaal. Sparen voor de driewegwissel was ingezet (baan-2)

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(3). De nieuwe wissel is geplaats en dan ga je weer verder denken. Als de treinen van de binnenbaan stil staan wil ik de trein van de buitenbaan over het traject kunnen sturen, hoe doen we dat? Je hebt twee oversteken nodig, van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Eentje was er al, de tweede moet nog komen. Zo is het plan ontstaan om voor een tweede driewegwissel te gaan sparen, en dat is weer gelukt. Bij het ombouwen zijn de twee opstelsporen naar de nadere kant verhuisd, dit komt mede omdat de wissels meer geschikt waren voor die kant (baan-3).

3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(4). Omdat er meer goederenwagentjes kwamen waren twee opstelsporen te weinig, een derde spoor was een wens. Dit is weer een uitdaging en een traject van sparen. Weer kwam de gedachte op de driewegwissel, want dan speelde je een linker wissel vrij en kon je geen drie maar wel 4 opstelsporen leggen. Stootblokjes werden gekocht, rechte rail bij gelegenheid en als klapper weer een driewegwissel (baan-4).

4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(5). Gedacht werd dat de wat langere wagons moeite gaan krijgen met de bochten industriebocht 5120. Er moet toch maar overgestapt worden naar de grotere bocht met de 5200 en de 5100 als binnenbocht. Terzijnertijd eerst maar eens 6 bochten 5200 opgehaald en de baan omgebouwd. Dan kom je erachter dat de bocht die niet gedaan zou worden niet geheel uitkomt en moesten er een paar passtukjes 5109 en 5110 gehaald worden. Financieel al aardig richting een 6 tal 5200 bochten maar dat zat niet in de planning. Wil je het goed doen dan kwam er een passtukje 5208 aan te pas, maar je trok de rail wat bij, dat kon wel met die lengte (baan-5).

5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(6). Dan ben je klaar en het je de drang om ook de tweede bocht met juiste bochtenserie te maken, maar weer 6 stuks 5200 bij elkaar gespaard en alle 5120 bochten verwijderd. Voor je gevoel gaat het de goede kant op, alle treinen moeten makkelijk de bochten kunnen nemen. De basis is gelegd voor wat maximaal aan lengte op de treintafel gelegd kan worden. Bochten van de serie 5200 met maximaal 8 rechte rails 5106 er tussen (baan-6).

6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(7). Wat niet gelijk te zien is in de ontwerpen is dat er tussendoor ook wel eens een ontkoppelrail 5112 was aangeschaft, wat is er mooier om een wagentje op afstand van elkaar te kunnen ontkoppelen of achter de lok los te maken. Rangeerwerk kon beginnen. Ook werden er nog een paar 5202 wissels aangeschaft om een omloopspoor op de buitenbaan te maken. Wat wil je nog meer, ruimte om complete treinen neer te zetten, voldoende opstelsporen voor de niet gebruikte wagentjes, seinpalen, ontkoppelrails, bovenleiding, het kon niet op (baan-7).

7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bovenstaande stappen zijn het resultaat van jaren sparen, verjaardagsgeld besteden, kleine karweitjes uitvoeren, wat een manneke kan en zo nu en dan wat krijgen. Na ~45 jaar blik je terug naar wat er toen allemaal gebeurt is en met hoeveel passie je bezig was met de middelen die er toen voor je beschikbaar waren.

De volgende baantjes zijn ontwerpen in die trend zoals ze gemaakt werden. De grote dubbele ovaal is wel altijd als basis gebleven.

11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht van de benodigde rail per baan (baan 1 - 16).

Een nieuwe plank, nieuwe mogelijkheden.

Zo zit je te denken wat er nog meer kan, zoveel ruimte was er nu ook weer niet maar het oog viel op de muur rechts. Als daar nu nog eens het blad doorgetrokken kon worden dan was de weg open naar nog meer mogelijkheden. Uitgaande dat de rechterkant niet langer is geweest dan 1,7m geeft dit toch weer een aantal nieuwe bedenksels. Wat wel opalt is dat de dubbele ovaal als basis ongewijzigd is gebleven.

Het eerste wat gemaakt werd is een verhoogd rangeerspoor. De hoogte over de sporen was 11cm, het moest over de bovenleiding heen. Het percentage van de helling is 4,2%, dit is net iets te veel om zonder moeite boven te komen. Vooral de kleine industriecirkel werkt in dit soort gevallen wat tegen.

20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dan maar de sporen weer naar beneden gehaald en de rangeersporen op het uitwijkspoor bij het staion aangesloten.

21

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een tweede mogelijk is om de rangeersporen vanuit de bocht te benaderen. Zo is in de buitenbocht een driewegwissel geplaatst en zo ontstond de mogelijkheid van 4 rangeersporen.

22

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om terug te linken naar eerder ontwerpen is de cirkel weer opgenomen.

23

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kleinere modelbaan automatisch geregeld.

Dit laatste ontwerp gaan we automatiseren, met schakelrails laten wij de treinen elkaar beinvloeden. Op de buitenovaal rijden twee treinen op de binnenovaal drie. Het ontwerp van bovenaf gezien is gelijk aan baanontwerp 23. In het railplan is te zien waar de schakelrails zijn opgenomen, in de kleurenafbeelding staat vermeld wat welke schakelrail schakelt.

24

 

 

 

 

 

 

In de regeling zijn twee universele Märklin relais 7245 opgenomen, van deze relais worden alleen de wisselcontacten gebruikt. De letters zijn de schakelrails, als er staat C - W1 bocht dan wordt er bedoelt dat schakelrail C wissel 1 op bocht zet. Zo ook met schakelrail H, staat relais B in stand B dan zet schakelrail H het sein S5 op groen, staat K1 in stand B dan zet schakelrail I het sein S5 op groen. Dit moet met een omschakelaar anders kan wissel W3 niet met de schakelrails H en I geschakeld worden. De draden voor rechtdoor en afbuigen komen daar elektrisch aan elkaar te zitten, om dit te voorkomen wordt het wisselcontact in K1 gebruikt. Het universele relais heeft maar één wisselconatct en we hebben er twee nodig, vandaar twee relais.

De regeling is afgeleidt van de regeling van de Houwerbaan (zie hoofdstuk Houwerbaan).

Schakeltabel.

In de tabel is af te leiden welke schakelrail welk wissel of sein bediend.

Verticaal: Staan er onder een schakelrail meerdere kruisjes onder elkaar dan schakelt die schakelrail meerdere wissels en/of seinen. Dit kan geen kwaad.

Horizontaal; Staan er achter een wissel of sein meerdere kruisjes naast elkaar dan geeft dit een probleem. Dit houdt in dat deze wissel of sein door meerdere schakelrails bediend wordt. Je verbindt nu de schakelrails aan elkaar en dat geeft problemen.

Zoals bij S5, S5 wordt door twee schakelrails op groen gezet. om het toch mogelijk te maken is het universele relais 7245 (K1) met wisselcontact toegepast. Nu wordt K1 zo geschakelt dat sein 5 door de juiste schakelrail op groen wordt gezet.

Met K2 wordt bepaald welke trein in het binnenovaal mag vertrekken, de trein bij S3 of bij S4. In tegenstelling tot K1 wordt het wisselcontact van k2 gebruikt om een keuze te maken.

 

 

 

Overzicht van de benodigde rail per baan (baan 20 - 24).