Modelbaan ESKER Aansluitingen.

Hier worden aansluitingen van specifieke onderdelen besproken. Het principe van het sein, de overweg, de draaischijf, en wat we verder tegen gaan komen.

Het hobbysein 74391, armsein en lichtsein.

Een probleem met de wat oudere armseinen kunnen de schakelaars in het sein zijn, deze willen ook nog wel eens een wat slechter contact hebben waardoor de trein niet vertrekt bij groen. Op de Eskerbaan worden alle te schakelen railstukken elektrisch naar voren gebracht en wordt door een relaisschakeling de functie van het seincontact overgenomen. Het sein zelf is dus puur ter illustratie en heeft geen schakelfunctie meer. Het hobbysein 74391 is in principe best een mooi sein maar heeft geen eigen besturing. Ook voor het hobbysein wordt een relaisschakeling gemaakt. Het antwoord op de vraag waarom met relais: Het uitgangspunt is om de railspanning met een relais te schakelen omdat je dan minder kwetsbaar bent met kortsluitingen op de baan. Voeg je enkele low-budget relais toe aan de schakeling dan heb je in principe een goed functionerend alternatief voor je sein.

Tijdens het opzetten van een schakeling voor het armseinen kwam de overeenkomst met de schakeling van het bloksein naar boven. Alle seinen worden dan voorzien van een print met een basisontwerp waarbij met een kleine aanpassing de print geschikt is voor het type sein. De uitvoering is met relais en de bedoeling is dat deze net zo aangestuurd kan worden als een armsein met magneetspoelen (7039-7040-etc.).

Bij de armseinen wordt de verlichting losgekoppeld van het relais. De gehele verlichting kan zo op een aparte trafo gezet worden zodat dit geen belasting vormt op het digitale systeem. Bij het Marklin lichtseinen wordt de lamp ook geschakeld door de print. In principe kan het relais met grijze kast komen te vervallen zodat het sein een stuk slanker bij de baan staat. De print neemt de functie van de schakelaar over.

 

De werking is het principe van een relais met overnamecontact.

Op K4-1 wordt het sein geschakeld, geeft het sein rood en de trein rijdt door, dan de aansluitdraden van het sein omdraaien. Er kan met de bouw van de schakeling gekozen worden voor het hobbysein of voor het lichtsein.

Als deze schakeling parallel over de aansluiting van een armsein (of het marklin lichtsein) aangesloten wordt kan deze print de functie van de seinschakelaar overnemen. In dat geval wordt het hobbysein niet aangesloten op de print.

De relaiscombinatie K1 en K2 heeft een gezamenlijke voeding, zo ook de relais K3/K4. Bij analoog gebruik kunnen deze voedingen doorgekoppeld worden. Bij digitaal gebruik wordt het sein net zo aangesloten als een normaal sein.

Door nog een weerstand van 1k2 in serie met het sein te plaatsen wordt de levensduur van de sein-LED's verlengd, voor de werking is dit niet noodzakelijk.

K3 en K4 zijn als twee parallelle relais geschakeld omdat een relais met 4 wisselcontacten al gauw meer dan het het dubbel kost van deze twee los.

 

Printaansluiting en gebouwde print.

 

2x

 

 

 

 

 

 

           

 Nieuwere versie van de print, 3x

           

 

 

 

 

 

 

6x

 

 

 

 

 

 

De aansluiting van beide gebruikte relais.

 

K1/K2/K3 = FRS1B-S

K4 = RY-12W-K

 

Aansluiting van diverse seinpalen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Componentenlijst seinprint (Conrad bestelnummers).

Kosten voor het hobbyseinprint 74391

Kosten voor het lichtseinprint 7188

 

 

Faller spoorwegovergang 120174.

Deze faller spoorwegovergang heeft nog echte hekwerk-bomen. Het is wel een gepruts om deze in elkaar te krijgen maar het resultaat is wonderbaarlijk.

 

 

 

De spoorwegovergang wordt aangesloten met drie draden, blauw, groen en geel. De blauwe en gele draad worden verbonden met de trafo, de groene wordt met een shakelaar aan de blauwe draad verbonden. Wat voor schakelaar dit is maakt niet uit. Het kan een schakelcontact van een relais zijn of een handbediende schakelaar. Ook wordt nu niet besproken hoe wij een relais gaan aansturen, dit is geheel aan de bouwer zelf. Dit aansluitschema geeft gewoon het principe weer om de overweg te bedienen.

 

 

Lantaarnpaal Banggood.

De lantaarnpaal van Banggood is voorzien van een LED, de voedingspanning is 3,5V DC. De trafouitgang is 18V AC en in principe kunnen de lantaarnpalen daar wel op branden. De lantaarnpalen worden in serie gezet en bij 6 stuks zal de voedingsspanning dan 21V moeten zijn. Let er wel op dat bij het in serie zetten de juiste draden aan elkaar verbonden worden (een LED is een diode). Controleer dit steeds, wel met gereduceerde spanning natuurlijk,  of de lantaarnpalen branden na het doorkoppelen. In plaats van een gereduceerde spanning kan ook een weerstand van 1k2 gebruikt worden. Bij 6 in serie branden de lantaarnpalen nog vrij vel, bij 7 is dit een stuk realistischer, maar dat is ook wat de bouwer zelf bepaalt.

Op straat is de afstand tussen twee lantaarnpalen 20 meter of soms ook wel 25m. Op de modelbaan wordt de afstand tussen twee lantaarnpalen dan 23cm, resp, 28,5cm.

 

Licht in de huisjes.

Action LED Luxuriance Cherry Cluster 500 LEDs.

Op de modelbaan worden de huizen voorzien van LED-verlichting, ook de modelbaan moet verduurzamen. Het voordeel van de kerst is dat er een heleboel soorten kerstverlichting van LED te koop zijn. Zo ook de kerstverlichting in de doos links van deze tekst, 500 LED's voor nog geen 15 euro.

De LED is een string waarbij de LED's tegengesteld aangesloten zijn. Zo kan met gelijkspanning de ene string of de andere string gekozen worden. De LED's staan parallel, dus bij een te hoge spanning blas je de gehele serie op. Per huis worden twee of vier LED's  gebruikt en in serie met een weerstand van 1k5 resp. 1k2 op de 18V wisselspanning aangesloten. Visueel branden beide LED's. De spanning over de LED's is 3V en over de weerstand 15V. De stroom die per huis loopt is 10mA, zo kan makkelijk berekend worden hoe zwaar de voeding moet zijn. 100 huizen vraagt 1A, bij een spanning van 18V is dat 18VA = 18Watt.

Ls. de verbinding tussen twee of vier LED's blijft in stand en dan de weerstand van 1k5 in serie met deze.