Modelbaan Esker  Bedenksels

Voor de bouw van de Esker baan worden eerst deelontwerpen gemaakt. Later wordt gekeken of deze samen te voegen zijn. Waarom niet in één keer een baan ontwerpen? Het huis waarin deze baan gebouwd gaat worden is nog in aanbouw..

Het Hoofdstation.

Voor het station Baden-baden moet er een redelijk hoofdstation komen. Een station met twee rijen overkapte perrons kunnen komen en waarbij aan elke kant van het perron in- en uitgestapt kan worden.

Het ontwerp is dusdanig gemaakt dat voor de beide perrons extra ruimte is gereserveerd. Het stationsgebouw komt aan de bovenzijde van de tekening, bij spoor 1. Hiermee is er gelijk een perron gecreeerd voor in- en uitstappen. Het rode hoofdspoor (spoor 3) heeft twee inhaalsporen, éém aan de andere zeide van het perron (spoor 2) en tegen het station (spoor 1). Tevens kan dit laatste spoor gebruikt worden voor een lokaal spoortje wat van links komt (lichtblauw). Het blauwe hoofdspoor (spoor 4) heeft één inhaalspoor (spoor 5) zodat aan beide zijden van het perron gestopt kan worden. De lichtgroene sporen zijn opstelsporen. Het gele spoor is het zogenaamde doorrijspoor. Dit spoor kan gebruikt worden voor een trein die niet behoeft te stoppen en alle sporen zijn bezet. Links heeft dit spoor een opstelspoor. Rechts zijn de hoofdsporen in vloeiende lijn (bochtwissels) met het doorrijspoor verbonden. Links zijn de hoofdsporen nog open. Rechtsonder, het verlengde van spoor 5, heeft nog de mogelijkheid om naar een ander traject te gaan of een tweede buurtspoor.

De sporen van het hoofdstation benoemd.

Trajectspoor bergstation.

Het volgende traject is dusdanig bedacht dat het gebruikt kan worden als basis voor een keerlus of als eindpunt van een lokaalspoortje, of het bergstation van het bergdorp..Het bergstation heeft een haltespoor voor de passagiers en een 'laden en lossen' spoor voor de goederen van en naar het bergdorp. Het bruine deel links kan leiden naar het hoofdstation. Dit bruine spoor is verhoogd en gaat over het dubbele traject van het hoofdspoor, wat er eigenlijk een beetje doorheen slingert. De hoogte van de overspanningen proberen net boven de bovenleiding te krijgen en dan de bovenleiding in het midden pakken. Deze hoogte is op 9cm. De lengte van de oprit/afrit is 232cm, dit geeft een percentage van 3,2%. De bogen geven de berg-inritten weer.

Traject met buurtspoor-eindpunt.

Tussenstation.

Een tussenstation met een 'inhaalspoor' en 'laden en lossen' spoor. Dit inhaalspoor (Spoor 2) is voor beide richtingen te gebruiken. Een trein die doorgang wil, en beide sporen zijn bezet, kan dit spoor ook gebruiken.

Tussenstation met 'inhaalspoor' en 'laden en lossen'.

Rangeerspoor.

Als je wat goederenwagentjes hebt moet je ook een rangeerspoor hebben. Een rangeerspoor kan een aantal naast elkaar liggende sporen zijn, maar het kan ook heel ingewikkeld worden. Ik ga voor de eerste insteek voor het simpele, geen kruizende sporen halverwege, geen aflopende spoor zodat de wagentjes zelf naar het einde rijden, een beetje rechtuit rechtaan met een beetje variatie.

8 opstelsporen met drie aanrij sporen.

Vanaf het hoofdspoor (groen) zijn alle 8 sporen te bereiken. Vanaf het hoofdspoor kunnen de goederenwagens overal neergezet worden. Vanaf het 2e spoor is alleen het blauwe gedeelte te bereiken en vanaf het buurdorp alleen het rode deel. Goederen vanaf of naar het buurdorp moeten dus op het rode deel klaar gezet worden. De verdere aan- en afvoer gaat dan via het groene hoofdspoor. Het rode spoor heeft een omloopspoor zodat de loc naar de andere kant van de wagens gereden kan  worden. Zo kan de lok altijd de wagens tussen het rangeerspoor en het buurdorp trekken. Bij aankomst kan de lok dan de wagens naar de opstelsporen drukken. Het rode rangeergebied heeft een spoor voor de retourvrachten vanaf het buurdorp en een spoor voor de vrachten die naar het buurdorp toe moeten. Voor het blauwe kun je hetzelfde bedenken of je gebruikt dit deel voor een tweede rangeergang. Het is dus niet een ingewikkeld ontwerp, maar je kan er wel wat bij bedenken.