Modelbaan ESKER  Techniek (als gebouwd).

Een spoorbaan moet aangestuurd worden, hiervoor zijn draadjes nodig, veel draadjes. Heeft een digitaal aangestuurde baan dan ook zoveel draad nodig? Jazeker een digitale baan heeft ook veel draad nodig. Dit ligt er ook aan hoe je wilt rijden, digitaal als analoog of digitaal als digitaal. Deze pagina wordt bijgewerkt als er weer wat klaar is, vandaar de term als gebouwd.

Digitaal handbediend.

Ga je digitaal als analoog rijden, dan bepaal je alles zelf. Je schakelt de wissels, de seinen etc. met de hand. Je stuurt de treinen met de hand, laat ze stoppen waar jij wilt. Dit is dus digitaal rijden met analoog rijplezier. Bij een roodsein kun je de trein zelf stoppen of toch nog de geisoleerde railsectie voor het sein, dit laatste is wel net zo veilig, alleen dan valt het geluid van de lok ook uit (bij loks met geluidsdecoder). Wisseldecoders kun je ter plekke van een groep wissels of seinen plaatsen, dat geeft minder draad. Je kan bij digitaal met minder draad toe als je met analoog rijplezier gaat rijden (ik noem het maar analoog omdat je net als bij een analoge gestuurde baan alles zelf bepaalt).

Digitaal als digitaal (digitale componenten)

Ga je digitaal als digitaal rijden dan moet er de mogelijkheid zijn dat de computer je baan gaat besturen. Zelf kun je dan achterover hangen en naar de treinen kijken. De baan wordt verdeeld in blokken om de computer te laten weten waar de treinen zijn, deze blokken vragen ook weer draad. Elk blok geeft een terugkoppeling aan je besturing.

De blokindeling van de baan.

 

Elke kleurovergang is een begin of het einde van een blok.

Elke kleurovergang is een blok, dit deel zal naar een blokdetectie gaan om aan te geven waar de treinen zich bevinden. Elk geel deel is een stopplaats voor een sein, bij analoog rijden zal dit deel spanningsloos moeten worden bij een rood sein, bij digitaal PC-gestuurd rijden bepaald de aansturing waar een trein stopt en is een sein puur ter illustratie.

Aansluiting van de Weldadigheid en station-Winters.

   Dit verhoogde deel wordt aangesloten met twee kabels van elk 16 aders.

Elke ader heeft een functie. Bij de wissels en de sienen is de verlichting (lampjes) losgekoppeld van de spoelen, dit houdt in dat de verlichting zijn eigen aansluiting krijgt en los kan staan vij het rijgedeelte (geldt voor de gehele baan). Als er staat 2. A06 Rose dan houdt dit in dat dit kabelnummer 2 is, de aderkleur is rose en deze draad is aangesloten op soldeerstrip A op soldeerlip 6.

Aansluiting Erfgenamen rechterbocht.

Bij het bovenste spoor is er geen isolatie in de middenleider tussen het groene spoor en het rode spoor. De railstaven voor de terugmelding van de blokken zijn wel geïsoleerd.

In het middenspoor is er wel isolatie in de middenleider tussen het rode spoor en het gele spoor. Het gele spoor is de stopplaats voor sein-4, bij analoog gebruik moet de trein bij rood hier stil komen te staan. Bij digitaal blijft de spanning op het gele spoor staan.

Het opstelspoor bestaat uit twee blokken, dit om bij digitaal gebruik  de trein op de jusite plaats beter te laten stoppen.

W3 en W5 hebben een andere kleur gekregen om aan te geven dat deze in een anders stroomcircuit zijn opgenomen (middenleider isoleren).

 

 

 

 

 

 

Aansluiting Erfgenamen tussentraject (middenachter).

Aansluiting van het tussentraject.

Voor een simpel traject, bestaande uit 2 parallelle sporen met elk 3 blokken en een stopplaats met lichtsein toch alle aders in de kabel bezet. Beide lichtseinen zijn het Märklin hobbysein 74391.

Aansluiting Erfgenamen stationdeel.

Aansluiten Erfgenamen stationsdeel.

Bij de stationsporen is een kabelaansluiting benoemd, waarschijnlijk gaan de andere aansluitingen rechtsreeks de kabelgoot in. De aansluitpunten zijn wel benoemd.

Kabelaansluitingen.

Om niet onder de baan te behoeven solderen en te meten is besloten om voor de baan langs een kablegoot te plaatsen, deze kabelgoot is in lengten van 2m bij Conrad te krijgen. de hoogte is 100mm en de breedte 60mm. In de kabelgoten worden soldeerstrips geplaatst om de railaansluitingen te ordenen. Elke stuk kabelstrip krijgt een codering in de vorm van een letter en deze worden achter elk railtraject (kabelnr-kleur) vermeldt.

De kabelgoot met de deksel als voorbeeld geplaatst. Links zijn de soldeerstrips te zien, rechts komen de decoders en schakelprints (zie techniek).

Conrad: 1964149 - OBO Bettermann 6022014 Kabelgoot, steengrijs.

Twee soldeerstrips in de kabelgoot geplaatst. Met koperen afstandsbussen zijn deze 24mm naar voren geplaatst. Tussen twee gecodeerde delen is de strip weggehaald en een afstandsbus geplaatst. Zo houd je onderscheid tussen bijvoorbeeld strip-A en strip-B

Conrad: 1570114 - Tru Components Soldeerlijst Enkele rij 60 polen (498mm lang)

Indeling soldeerstrips.

Principe aansturing Eskerbaan.

Blokschema aansturing Eskerbaan.

Er kan gekozen worden om met analoge loks of met digitale loks te rijden. Het schakelen van de wissels, seinen en ontkoppelrails blijft ten alle tijde digitaal. Alle verlichting komt van een aparte lichttrafo. De verlichting van de seinen en de wissels worden daarom ook apart aangesloten, dit geeft dan geen belasting op de rijtransformatoren. Bij digitaal rijden moeten de stopplaatsen bij de seinen blijvend van spanning worden voorzien. Bij digitaal bepaald het systeem dat de trein stopt en staan de seinen puur ter illustratie. Met een eenvoudige 7 polige omschakelaar is dit te regelen. Met twee LED's kan gevisualiseerd worden welke stand gekozen is.

Kabel-00: Hoofdstroom, draadboom waar alles vanaf wordt getakt.

Kabel-01: Opstelsporen gebied Erfgenamen.

Kabel-02: Gebied van de Weldadigheid en Station Winters.

Kabel-03: Station winters en traject achter.

Kabel-04: Erfgenamen Rails rechts.

Kabel-05: Erfgenamen Tussentraject (middenachter).

Kabel-06: Oprit/afrit boogbruggen achter.

Kabel-07: Rechter deel bocht.

Kabel-08:

Kabel-09:

Kabel-10:

Kabel-11:

Kabel-12:

 

Decoderinstelling voor de wissels en seinen.