Techniek module-2

Alle modules van de opstelsporen worden vanaf deze module aangestuurd. Op deze module is een transformator en een kastje met drukknoppen geplaatst voor de bediening van de wissels en seinen op de modulebaan. Voor het aansturen van de 7 opstelsporen komt een uitgebreider stukje techniek naar voren. Dit om het aantal draden naar deze module te beperken (zie module 5-6).

Het sein van het opstelspoor staat op het eind van deze module. We schakelen de rijspanning van het stuk rail op module-1. Op deze module staat elke keer de locomotief (afspraak is: treinstelling achterwaarts naar de opstelsporen). De bediening van de seinen en wissels gaan met rode en groene drukknoppen. Ook zijn er twee zwarte drukknoppen geplaatst die de contactrail simuleren.

De behuizing van de drukknoppen is afkomstig van een oude delta-regelaar. De rode en groene drukknoppen zijn in volgorde van het te schakelen objecten geplaatst. Links de wissel, in het midden het sein op deze module en rechts voor het sein op de bruggenmodule (module-1).

Met de zogenaamde duimwielschakelaar wordt het nummer gekozen van het opstelspoor. Door op de rode knop te drukken worden de wissels goed gezet en tenslotte het spoor vrijgegeven. De LED boven deze schakelaar gaat over van rood naar groen. Met keuze 0 worden alle seinen op rood gezet en wordt de LED boven de schakelaar rood. Weet wel dat na elke keuze de rode knop ingedrukt moet worden. De groene knop is opgenomen om ontkoppelrails op de opstelsporen te schakelen. Is een spoor gekozen en het sein is groen dan zal met deze groene knop de ontkoppelrail op dat spoor bediend kunnen worden. Echter wij hebben geen ontkoppelrails zodat deze knop wel is aangesloten maar niet functioneert. Willen wij dit wel dan zal de schakeling op module 5 aangepast moeten worden. Als de schakeling bezig is met het goed zetten van de wissels gaat de LED boven de duimwielschakelaar knipperen tussen rood en groen. Als de LED constant een bepaalde kleur brand dan is de actie uitgevoerd.

Onder het aansluitschema wordt de bediening uitgelegd.

De techniek rond de rails lijkt wat uitgebreid maar dat is eigenlijk niet zo. Voor de aansturing van module-1, de beide bochtmodules en deze module is het gewone rechtuit-rechtaan techniek. Feitelijk de normale aansluitingen voor de wissels, seinen en het rijden. Voor het aansturen van de 7 opstelsporen word een beetje digitale techniek toegepast. De keuze van de opstelsporen, het goedzetten van de wissels naar het gekozen opstelspoor en de ontkoppelrails wordt op deze module geregeld.

 

In het schema is de LED bij de tansformator als een enkele LED getekend. Tijdens de bouw is hiervoor een kleuren LED gebruikt om met rood en groen de status aan te geven.

Is er geen spanning op 10(main) dan spert Q1. Er kan geen stroom lopen door de basis van Q2 dus Q2 spert ook. Doordat R5 nu praktisch aan de massa ligt kan daar een stroompje lopen die Q3 in geleiding brengt. Het groene deel van de DUO-led is actief.

Staat er een spanning op 10(main) dan geleidt Q1. Er gaat nu ook een stroompje door de basis van Q2 dus deze geleidt ook. Het gevolg is dat het rode deel van de DUO-led nu oplicht. Doordat Q2 geleidt is de spanningsval over R5 te gering om Q3 open te sturen.

 

 

De knoppen op de bediening verklaard.