Techniek Algemeen.

Alle modules hebben een eigen stukje techniek. Alle technische delen zijn op elkaar afgestemd en worden per module door een stekker verbinding verbonden. De losse kabelverbindingen tussen de modules zijn universeel en onderling uitwisselbaar. Dit houdt in dat elke kabel tussen elke module gebruikt kan worden. De lengte van de kabel is ongeveer 50 cm en zijn voorzien van 14 polige centronics-connectoren met kap. Het kabeldeel is de male uitvoering, op de modules zijn de female-connectoren gemonteerd. Op de modules zijn de bijelkaar behorende connectoren in dezelfde richting gemonteerd zodat de verbindingskabel geen extra lus behoeft te maken.

Module-1

Op module-1 staan twee lichtsein (bloksein) aan beide zeiden van een stopplaats. Dit zijn originele Marklinblokseinen 74391, een lichtsein zonder regeling. De seinen zijn gelijktijdig rood of groen. De seinen worden geregeld met een bistabiel relais die tevens de stopplaats bij het sein schakelt.  De functie van de stopplaats is dat er geen trein ongemerkt de hoofdbaan op kan of omgekeerd, dat er geen trein ongemerkt de rangeersporen op kan. Komt een trein vanaf de rangeerbaan richting hoofdspoor dan zet deze het sein op rood. Het sein is nu alleen met de regeling op de hoofdbaan op groen te zetten. Ook komt nu de rijspanning van de hoofdbaan omdat de trein daar naar toe moet. Komt de trein vanaf de hoofdbaan dan wordt het sein ook op rood gezet. Nu kan alleen de bediener van de rangeersporen het sein op groen zetten en de rijspanning komt nu van de trafo bij de rangeersporen (omdat de trein daar naar toe moet). Het tweede spoor is het zogenaamde opzetspoor. Hier kunnen treinen opgezet worden. Dit stuk wordt van spanning voorzien door het sein op module 2.

Module-2

Module-2 is de regelmodule voor het gehele opstelspoor. Hier staat een separate bediening die de modules van rijspanning voorziet en hier worden de wissels en seinen op alleen de modules aangestuurd. Tezamen met Module-1 heeft module-2 het opzetspoor. Op module-2 staat het sein die dit spoor van rijspanning kan voorzien of de rijspanning kan blokkeren. In het hoofdspoor is een schakelrail opgenomen die het sein op module-1 op rood zet als een trein naar het hoofdspoor rijdt.

Voor het schakelen van de wissels is een regelunit gemaakt waarbij met een duimwielschakelaar het railnummer gekozen kan worden. Met een druk op de activatieknop worden de wissels achterheen volgens goed gezet en wordt het spoor vrijgegeven. De regeling zelf is in module-5 verwerkt, de bediening in module-2. Ook kan gekozen worden dat als een trein over de schakelrail rijdt dat deze dan de activatieknop overneemt. Je hoeft dan alleen het spoornummer in te stellen. Dit is met een tuimelschakelaar aan en uit te zetten.

Module-3+4

Deze modules zijn alleen maar voorzien van spoor die de modules 2 en 5 met elkaar verbindt. Het enige wat hier aan techniek gebeurt is het doorgeven van de stuursignalen voor de wissels en de rails op deze modules worden van rijspanning voorzien.

Module 5+6

Module-5 verdeeld het aankomende spoor naar 7 opstelsporen. Dit is uitgevoerd met 2 driewegwissels en 2 enkele wissels, allen elektrisch bediend. De bediening van de wissels is op module-2 ondergebracht. Is daar een bepaald spoor gekozen dan wordt door een elektronische schakeling alle wissels achterelkaar goed gezet. Is dit klaar dan wordt het spoor vrijgegeven.  Als het spoor vrijgegeven is dan wordt het sein op dit spoor op groen gezet. Op deze manier kunnen nooit twee sporen gelijktijdig geactiveerd worden. Met keuze 0 worden alle seinen op rood gezet en wordt op de bediening aangegeven dat er geen spoor actief is.

Module-6 is een verlengstuk van module-5, alleen de rijspanning en de voeding voor de lantaarnverlichting op de stootblokken worden doorgegeven.

Kabelkleur

De kabels tussen de modules is een meeraderige kabel met aders van 0,14mm2. Om een eenheid te krijgen in de kabels zijn de kleuren aan een connectorcontact toegewezen. Zo weet je dat als je een bepaald signaal zoekt welke kabelkleur daarbij hoort.

 

 

 

Kabelkleur verbindingskabel.  
         
  Verbindingskabel tussen modules  
  Connector kleur functie  
  1 Bruin Trafo-O  
  2 Geel Trafo-L  
  3 Rood Trafo-B  
  4 Groen ontkoppelpuls  
  5 Paars Activeringspuls  
  6 Grijs A  
  7 Rose B  
  8 Wit C  
  9 Wit/Groen D  
  10 Geel/Bruin Uit  
  11 Blauw Massa  
  12 Zwart Uv=12V  
  13 Grijs/Rose *  
  14 Bruin/Groen **  
         
  * Trafo-B    
  ** Trafo-O