Ontwerpen rangeerbaan.

Nieuwe opstelsporen

Het uitgangspunt is dat alle opgestelde treinen met de locs naar voren staan. Afgesproken is dat alle locs aan de voorkant van de treinopstelling de hoofdbaan oprijden. Dit houdt in dat de treinen achteruitrijdend de hoofdbaan moeten verlaten. Er komen  een aantal opstelsporen en een opzet- en afhaalspoor. Een opzet- en afhaalspoor is het spoor waar de treinen op de rails gezet worden en waar de treinen er weer afgehaald kunnen worden. In het ontwerp is deze gemaakt op module-1 en module-2. In de bijbehorende hoofdstukken is te zien hoe module-1 en module-2 gebouwd zijn.

Ontwerp C-rail

Bij het ontwerp is gebruik gemaakt van onderstaande indeling van de modules. Het spoor ligt op module-1 en module-2 10,5 cm hoger als op de modules ervoor. In de bochtmodules moet het spoor dalen met een dusdanig percentages dat de treinen daar geen problemen mee hebben. In een praktijkboek staat dat de helling voor rechte stukken maximaal 3% mag zijn en dat hellingen voor bochten maximaal 2% mag zijn. Bekijken we de marklin-opritten en de daarbij behorende hellingen dan liggen deze tussen de 3,75% en 3,85%. Het uitgangspunt wordt dat de helling kleiner dan 3,8% moet zijn. Wordt de helling te sterk dan kan er voor gekozen worden om de rangeersporen op een dijk te plaatsen. Meer informatie over de helling bij Techniek-Hellingen en in dit hoofdstuk bij de bochtmodule.

Omdat de treinen in de M-rail versie problemen hebben om de rangeersporen op te rijden is de aanrijdroute sterk gewijzigd. Na de bocht gaat de trein eerst een stukje recht en gaat dan een wisselbocht in. Om ruimte te winnen is er gekozen voor driewegwissels. Vele medehobbyisten hebben een hekel aan driewegwissels maar ik denk dat deze driewegwissels weinig problemen geven. De wisseltongen voor linksaf en rechtsaf liggen niet op één lijn zoals bij de M-rail maar liggen bij de C-rail achterelkaar.