LGB  Tips.

  1. Kunststof of metalen wielen?

  2. Reedrelais in extra biels.

  3. EPL wisselaandrijving.

  4. LGB Schakelcontact LG-17100.

  5. Wisselaandrijving LG-12010 en de schakelaar LG-12070.

  6. Aftakspoor en wisselschakelaar LG-12070

  7. Het principe van het pendeltraject.

  8. Betaalbare keerlus bij digitale banen.

  9. Niet meer bukken met schoonmaken.

 

1. Kunststof of metalen wielen? (bron: BigTrainWorld Noordwolde)

Vraagt u zich wel eens af of u nu de wagons van metalen wielen moet voorzien of dat u de kunstsof wielen kunt behouden?

Voor de meeste modelspoor liefhebbers is het aanbrengen van binnenverlichting in een wagon een belangrijke reden om metalen wielen te monteren. Echter is er nog een groot voordeel te behalen bij het plaatsen van metalen wielen.

Ieder keer dat een kunststof wiel over het spoor rijd, slijt er een heel dun laagje kunststof van het wiel af. Dit laagje wordt door het gewicht van de wagon op de railstaaf geperst. Aangezien kunststof een isolerende werking heeft, wordt als het ware bij iedere treinrit de rails iets gesoleerd.

Dit fenomeen treedt niet op bij metalen wielen. Daarnaast hebben metalen wielen nog een tweede voordeel. Door de hardheid en het gewicht van de metalen wielen botsen de wielen tijdens het rijden als het ware tegen de vuil / oxidatie laag op, waardoor de rails wordt schoon gereden.

Dit laatste is natuurlijk alleen mogelijk als de baan niet al te sterk vervuild / geoxideerd is.

 

 

 

  (top)

LG-67401 massief kunsstofwiel.             LG-67403 massief metalenwiel.            LG-67319 metalen spaakwiel.

 

2. Reedrelais op extra biels (bron. www.vanerkelens.nl).

Gaan we automatiseren dan worden vaak reedrelais ingebouwd. Je weet wel: een glazen buisje met daarin twee metalen contactjes die door een extern magnetisch veld gesloten worden. Ook komt het voor dat deze reedrelais niet altijd direct op de juiste plaats zijn ingebouwd en dat ze een paar cm verder of eerder geplaatst hadden moeten worden. Het is dan heel vervelend om het reedrelais van de biels los te prutsen en enkele cm verder weer op een andere biels te moeten plaatsen. Bij het rondneuzen op het grote internet kwam ik de oplossing tegen, en die is zowel simpel als doetreffend (zoals een oplossing ook behoort te zijn). Het reedrelais wordt op een losse biels (een gesloopte oude rail kan zeer geschikt als donor functioneren) gemonteerd en deze biels kan tussen twee bielzen van de rails geplaatst worden. Is de gekozen plaats fout dan wordt de biels met reedrelais verplaatst naar de juiste plaats. Waar we alleen rekening mee moeten houden is de draadlengte.

Biels aanpassen.

We halen de railstaaf van de biels en knippen de buffers van elkaar los. Vervolgens snijden wij met een stainleymes de lipjes van de railhouders. Om de biels te kunnen plaatsen snijden we de biels een stukje in om ruimte te maken voor de verbindingen tussen de bielsen.

Op de voorste biels zien wij dat de lipjes weg zijn en dat de biels is ingesneden. Op de rechtse foto zien we aan de rechterkant waarom de biels ingesneden moet worden. Doen we dit niet dan komt de rails op de plek van het reedrelais hoger te liggen.

Reedrelais plaatsen.

Van een telefoonhaspel heb ik allemaal stukken snoer geknipt van 1,2 meter. Dit snoer heb ik gebruikt voor het aansluiten van het reedrelais in de rail. De rode en de gele heb ik aan elkaar gemaakt. Voor de andere kant heb ik de blauwe en de zwarte aan elkaar gemaakt. Met de test heb ik vernomen dat het reedrelais onder de biels ook door de magneet aangesproken wordt dus heb ik besloten de reedrelais onder de biels in te monteren. Met een verwarmde spijker heb ik gaten aan de zijkant van de biels geprikt om daar het snoer door naar buiten te brengen De spijker heeft de doorsnede van het snoer. Alvorens in te bouwen worden de bielsen getest.

Biels met reedrelais gemonteerd in de buitenbaan. Het reedrelais-biels past makkelijk tussen de bestaande bielzen, ook in de bochten is het monteren geen bezwaar.

Toch heb ik het iets minder goed gedaan en als ik nieuwe schakelbielzen ga maken dan doe ik zoals hieronder omschreven.

  1. Bewerken van de biels zoals aangegeven.

  2. Bepalen wanneer het reedrelais het best reageert op de magneet.

  3. Het reedrelais met lijm in de biels plakken en laten drogen.

  4. De draad aansluiten en controleren.

  5. dichtkitten tegen vocht.

Nu weten we zeker dat het reedrelais goed gemonteerd is. Ik ben tegen gekomen dat tijdens het drogen de draden zijn gaan draaien zodat het reedrelais aan de onderkant uit de kit komt. 

Als de magneet (uit materiaallijst buitenbaan) niet in het midden maar meer tussen het midden en de hoogte van de railstaaf is gemonteerd, dan wordt het reedrelais beter aangesproken. Een extra tip is om het reedcontact uit het midden van de biels lijmen. Bij deze methode moeten we gebruik gaan maken van een krachtigere magneet dan de standaard LGB-magneet omdat het reedcontact dieper in de rails geplaatst is. Willen we de LGB-magneten toepassen dan zal het reedrelais boven op de biels gemonteerd moeten worden (zie: www.vanerkelens.n). (top)

 

3. EPL wisselaandrijving (schema principe - bron: the training dutchman).

Ik heb redelijk lopen zoeken hoe de EPL wisselaandrijving aangestuurd moet worden. Dat de ingang polariteitsgevoelig is was ik al snel achter maar met welke spanning de spoel werkt was niet direct te vinden. Bij aankoop van een nieuwe kwam ik eachter dat LGB maximaal 17V voorschrijft. Op het internet en bij navraag kwam ik erachter dat het gebruik van een 24Vdc veel te hoog is, zelfs 12Vdc is te hoog. Hoe schakelen we dan? We gaan gebruik maken van een 18V wisselspanning en deze gaan we enkelzijdig gelijkrichten. De gemiddelde spanning naar de spoel zal ongeveer 7V (gelijk) zijn en dit kan geen kwaad, ook al zal de bediening een poosje blijven hangen. Met de positieve helft van de wisselspanning gaat de wissel op bocht (recht) en met de negatieve helft gaat de wissel op recht (bocht). Met de Mrklin wisselstroomtransformator heb ik bij diverse uitgangspanningen geprobeerd of de wissel omgaat. Zelfs bij een 12 Volt wisselspanning gaat de wissel nog om. zie tabel voor stromen en spanningen.

In het schema laten we zien hoe de diodes voor de EPL wisselaansturing aangesloten zijn.

EPL-aansturing met enkelzijdig gelijkgerichte wisselspanning.

EPL-aansturing met twee condensatoren voor een betere omzetting van het EPL-apparaat.

In plaats van de 1N4007 kunnen we ook de 1N4001 gebruiken. De 1N4007 heeft als specificaties 1000V-1A en de 1N4001 50V-1A. Dit schema is niet alleen toepasbaar voor de EPL aandrijvingen die op de wissels zijn gemonteerd maar ook voor de aandrijvingen die op de seinen zijn gemonteerd.

  AC [V] DC [V] I [mA] opmerking
  10 3,5 130  Zeer kritisch
  12 4,5 170  Minimale spanning
  14 5,3 200  LGB-5003 trafo.
  16 6,2 240  
  18 7 270  Aanbevolen

Bij een ingestelde spanning van 18 Volt staat er een spanning van 7 volt over de wisselspoel en loopt er een stroom van 270mA. De ingestelde wisselspanning (AC [V]) is in onbelaste toestand gemeten. De spoelspanning (DC [V]) is met gesloten schakelaar gemeten, dus in belaste toestand. Alle metingen zijn separate uitgevoerd, dus de stroom- en spanningmeting in belaste toestand zijn niet gelijktijdig gemeten.

Deze waarden zijn veel lager dan de oudere wisselaandrijvingen met een dubbele spoel, te herkennen aan de drie schroeven aan de voorkant. Deze nemen een stroom van 1,9A als de spoel blijvend aangesproken wordt.

Bekijken we de waarde van de stroom die bij 18Vac loopt dan kunnen we maximaal 3 wissels achter dezelfde diode gelijktijdig schakelen zonder de diode te beschadigen. Een duurdere maar niet onbetaalbare oplossing is iedere wissel een eigen diodepaar geven. Per wissel zal dit ongeveer 25 eurocent zijn (conrad). Voor een krachtigere omzetting zouden nog condensatoren toegepast kunnen worden.

EPL-aansturing met iedere wissel een eigen diodepaar.

 

note: Bij een dubbelzijdig gelijkgerichte wisselspanning (afgevlakt) is de gelijkspanning 1,4x hoger dan de wisselspanning. Bij enkelzijdig gelijkrichten gaat dit totaal niet op. Dit is ook wel verklaarbaar omdat nu de oppervlakte van 1/2 sinus over de gehele periode verdeeld moet worden.  (top)

 

4. LGB schakelcontact LG-17100

We hebben bij tips-2 een mogelijkheid gezien om een reed-contact in een spoorbiels te bouwen. In tips-3 is getoond hoe je met een paar simpele dioden een EPL-aandrijving kunt bedienen. Het schakelcontact van LGB is een combinatie van deze beide tips, een reedcontact met dioden.

Het inwendige van het LGB-schakelcontact 17100.

Op het middelste contact komt de ene voedingsdraad en op n van de buitenste contacten wordt de EPL-aandrijving aangesloten. Gaat de aandrijving de niet-gewenste kant op dan moet het andere contact genomen worden. Bij de aansluitingen is aangegeven welk deel van de wisselspanning wordt doorgegeven. Op de middelste aansluiting komt de gehele sinus van de wisselspanning binnen, op de bovenste aansluiting wordt alleen de onderste helft doorgegeven en op de onderste aansluiting wordt alleen de bovenste helft van de sinus(wissel)panning doorgegeven. Afhankelijk welke helft doorgegeven wordt schakelt de EPL-aandrijving in een bepaalde stand. In feite: de wissel op recht of bocht of het sein op groen of rood.

De Varistor die over het reedcontact is geschakeld is een overspanningsbeveiliging. Een varistor is een spanningsafhankelijke weerstand, ook wel VDR genoemd. Bij een lage spanning is de weerstand hoog, bij een hogere spanning wordt de weerstand lager.

(schema: the training dutchman).

 

De prijs van dit schakelcontact is ongeveer 7 keer hoger dan de zelfbouw aangegeven in tip-2 (uren niet meegerekend).  (top)

 

5. Wisselaandrijving LG-12010 en de schakelaar LG-12070.

Met de EPL-wisselaandrijving kunnen we niet alleen de wissels omzetten maar we kunnen er ook een schakelaar op plaatsen. Deze schakelaar is te verkrijgen onder artikelnummer LG-12070. In deze schakelaar worden twee wisselschakelaars bediend, afhankelijk van de stand van de wissel. Wat kunnen we er mee doen? We zouden deze schakelaar kunnen toepassen in een keerlusopstelling. De spanning op het tussentraject is afhankelijk van de stand van de wissel. Is de trein in de keerlus dan wordt de wissel omgezet waardoor ook de spanning op het traject omgepoold wordt. De transformator wordt met dit principe op de lus aangesloten. Ook zouden we een aftakspoor of opstelspoor kunnen afschakelen als de wissel op recht staat (zie tips-6). 

the training dutchman heeft een duidelijk voorbeeld op zijn site staan om met behulp van het schakelcontact 17100 en de schakelaar 12070 een automatische wisseling van twee treinen te realiseren. Let wel dat de treinen in dezelfde richting rijden, alhoewel je met een contact op de linker wissel ook de hoofdbaan zou kunnen ompolen zodat je wel in twee richtingen kan rijden. De stopplaatsen krijgen dan de vaste spanning direct vanaf de transformator en worden t.o.v. de wissels volledig elektrisch geisoleerd. Dit om de treinen op dit gedeelte zeker in de juiste richting te laten rijden als de  hoofdbaan omgepoold wordt. Doen we dit niet dan gaat de trein direct de andere kant op als we over het contact 17100 rijden en dat willen we niet. Wat we wel willen is dat als de wissels omgaan dat dan de hoofdbaan omgepoold wordt en dat kan met de beide wisselcontacten van de schakelaar 12070 die op de linker wissel is gemonteerd. En van de stopplaatsen moet dan wel naar de andere kant in het traject en de hoofdbaan moet wel een ovaal zijn die een verbinding maakt van links naar rechts.  (top)

 

6. Aftakspoor en wisselschakelaar LG-12070.

Wil je een trein op een aftakspoor parkeren dan is het natuurlijk handig dat deze trein niet wegrijdt als een andere trein wel moet rijden. Met de combinatie wisselaandrijving LG-12010 en de wisselschakelaar LG-12070 is dit eenvoudig op elke plaats op de baan te realiseren. Als de wissel op recht staat dan is het aftaktraject spanningsloos, staat de wissel op bocht dan komt er spanning op het aftaktraject te staan en kan de trein bediend worden. We zouden op het normale traject nog een stopplaats kunnen inbouwen die op de andere poot van de schakelaar bediend wordt. Staat de wissel dan op bocht dan is de stopplaats in het normale traject spanningsloos en kan een aankomende trein niet op de vertrekkende trein botsen.   (top)

 

7. Het principe van het pendeltraject.

Een pendeltraject is een traject waarbij een trein tussen twee stations heen en weer rijdt. Als de trein bij het station aankomt dan wacht de trein een bepaalde tijd en vertrekt dan in de richting waar hij vandaan komt. Bij het andere station gebeurt het zelfde. Ten eerste behandelen we het principe van een pendelautomaat en in stap-2 gaan we de regeling bespreken.

Principe pendeltraject.

Het hart van de pendelautomaat in dit geval is een relais met twee wisselcontacten. Dit relais bepaald de rijrichting op het traject. Twee reedcontacten in het traject vertellen de regelunit dat de trein bij het station is aangekomen. Of de trein kan vertrekken wordt bepaald door ten eerste de wachttijd en ten tweede de dioden en de polariteit op de rails (stand van het relais).

Een diode is een elektronisch onderdeel dat de elektrische stroom zr goed in n richting geleidt, maar praktisch niet in de andere. Een diode functioneert als het ware als een elektronisch ventiel. De geleidende richting noemt men de doorlaatrichting en de andere richting de sperrichting.

Gaan we uit van de getekende stand van het relais, dat de rode draad aan de transformator de positieve (of +) draad is, dat de spanning de rijspanning is en dat de trein links tegen het stootblok staat dan gaat het volgende op:

De functie van de regelunit is om het relais op het juiste moment om te zetten. De beide reedcontacten geven signalen dat de trein de stations naderen. Intern moet geschakeld worden welk reedcontact actief is en welke niet.  (top)

8. Betaalbare keerlus bij digitale banen.

    Zie hoofdstuk LGB  -  keerlus -  digitale lus

9. Niet meer bukken tijdens schoonmaken.

Met het schuurblokje de baan schoonmaken is een noodzakelijk kwaad. We gaan op de knien de baan rond en maar poetsen. Ik heb het blokje aan een steel vastgemaakt zodat ik staand de baan kan poetsen. Ook plaatsen, waar je niet echt kan staan of kruipen, zijn makkelijker te bereiken.

 (top)