2006 De eerste baan volgens ontwerp.    Foto's beurs 2006.

Het jaar is weer begonnen en de wil om een baan te bouwen is weer aanwezig. De eerste gesprekjes zijn geweest en door wat heen en weer gepraat zijn een aantal voorwaarden op tafel gekomen waaraan de baan moet voldoen. Aan de hand van deze voorwaarden is een baan ontworpen. Bij het bouwen is het natuurlijk wel mogelijk om wijzigingen door te voeren. Ook is besloten om de tafel van een groene ondergrond  te voorzien om het visueel aantrekkelijker te maken. De aandacht in dit stuk is gelegd op de H0-baan, maar naast deze baan hebben we nog een LGB-baan en een Märklin-Z-baan te tonen.

 

VoorwaardenOntwerpTechniekHekwerkVoorwaarden voldaanFoto's

De baan moet voldoen aan enkele voorwaarden.

  1. Het is een eenmalige opstelling, dus na de beurs wordt de baan afgebroken.

  2. De baan moet passen op de beide helften van een tafeltennis tafel.

  3. Op de beurs moet de tafel verlengd kunnen worden met een tussenstuk van 125 cm.

  4. In het tussenstuk moet het minimum van techniek aanwezig zijn.

  5. De techniek van beide helften moet goed en makkelijk te scheiden zijn.

  6. Het werken in hoogten wordt moeilijk omdat we de baan los leggen.

  7. In de tafel mogen geen gaten geboord worden (lastig bij tafeltennissen).

  8. Er moeten meerdere treinen op één traject kunnen rijden.

  9. De treinen moeten onbemand hun gang kunnen gaan.

10. Er moet minimaal één keerlus aanwezig zijn.

11. Er moet een opstelspoor zijn voor wisselende treinen uit het schaduwstation.

12. De baan wordt analoog aangestuurd.

13. Maximale treinlengte is ~100cm aan karretjes + locomotief. (top)

Een tafeltennsitafel is per helft 137cm breedt en 153cm lang. Voor het tussenstuk is 125 cm gekozen want dit zijn 7 rechte rails (M-rail 7*5106, C-rail 3*24172 + 4*24188). In winrail is de totale tafelgrootte getekend en daarop gaan we met het ontwerp beginnen. In het tussenstuk is de 24172 weggelaten en vervangen door de 24188. De belangrijkste reden hiervoor is dat we veel meer 24188 tot onze beschikken hebben dan de 24172. We maken een simpele dubbele ovaal met daarin een keerlus en een opstelspoor die bereikbaar is vanuit het schaduwstation. Aan de zichtkant komt per ovaal een inhaalspoor of stationspoor. Vanaf deze sporen vertrekt wisselend een trein.

Het ontwerp.

Druk op het ontwerp voor een vergroting. De stuklijst geeft de benodigde rails, relais en schakelaars weer. De functie schakelrail omschrijft de functies van de schakelrail.

Stopschakelaar.

Met de stopschakelaar wordt de treinenloop stil gezet. Dit gebeurt door het onderbreken van de schakelpuls die het sein  op het bovenste spoor op groen zet.. De stopschakelaar heeft ook tot functie om de wissels in het bovenste rijtraject bij handbedrijf door de seinplaat 7072 te laten bedienen. Bij automatisch bedrijf worden de wissels door de schakelpuls op rechtuit gezet.

Startschakelaar.

De startschakelaar moet het treinverkeer weer op gang brengen nadat met de stopschakelaar het verkeer is stilgelegd. Met de startschakelaar wordt het sein, waarvan de op groenzet puls onderbroken was, op groen gezet. De wachtende trein vertrekt en de rest gaat vanzelf. Als de stopschakelaar op uit staat werkt deze schakelaar niet.

Wisselbediening.

De wissels, met uitzondering van W1/W1a en W2/W2a, worden door de seinplaten 7072 bediend. Ook de seinen A-r1 en A-r2 worden door de seinplaat 7072 bediend. Voor W4, W8, W9 en W12 is voor het recht zetten een extra draad gelegd die via de stopschakelaar naar schakelrail S-id/S-bd geleid wordt..

Transformatoren.

Per ovaal worden er twee transformatoren gebruikt. Dit houdt in dat er per transformator nooit meer dan 1 trein rijdt. Voor het vermogen is dit niet echt nodig. Toch hebben we hiervoor gekozen om er zeker van te zijn dat elke trein voldoende vermogen krijgt. De aansluiting is naar de zijkant gebracht zodat deze ongeveer in het midden van het rijgedeelte is gepositioneerd. Een stroomlus is mogelijk maar lijkt ons niet nodig. Het groen gedeelte heeft 1 transformator. Dat moet voldoende zijn voor opstelsporen. Voor het koppelen van de transformatoren zie rubriek techniek, hoofdstuk transformator of stroomkring. (top).

Techniek.

Het complete schakelschema is niet afgebeeld maar wel te openen. Het schakelschema is voor één ovaal. De wissels en seinen buiten het automatische bedrijf staan er niet in, deze worden volgens de normale standaard aangesloten.

Schakelprint of relaisprint.

De relais K1, K2 en Kb-b(K3) worden op 1 print gemonteerd om zo het opbouwen te vergemaklijken. Op de print worden 3 leds opgenomen. 2 leds voor de stand van het bi-stabiele relais en 1 led voor de controle voor het binnen komen van een schakelpuls. Omdat de relais gelijkstroom spoelen hebben wordt de spanning eerst gelijkgericht. Omdat altijd twee relais parallel staan zijn er maar twee gelijkrichters nodig. in het schema is dat duidelijk weergegeven. In de browser nogmaals vergroten voor de duidelijkheid.

Bij de aansluitpunten staat het aansluitnummer en wat er op aangesloten moet worden. Als de print gemaakt is ziet deze er als onderstaande afbeelding uit. met bijvoorbeeld bb wordt schakelrail S-bb bedoeld, met b2 het sein A-b2.

 

Bovenkant print                                                Soldeerkant print.    (aansluiting)

We zijn twee van deze kaarten nodig, één voor de buitenbaan en één voor de binnenbaan. De kaarten worden bij de seinen op het stationspoor gemonteerd omdat we dan minder draad nodig zijn.

Stopschakelaar en startschakelaar.

De stopschakelaar is een 4 polige omschakelaar. Pool-1 voor het onderbreken van het groenzet signaal voor sein A-b1. Pool-2 voor W9. Pool-3 voor W12. Pool-4 voor eventuele controle lampjes die aangeven of het in bedrijf  is of dat er gestopt is/wordt.

De startschakelaar is een drukknop die sein A-b1 op groen zet. De drukknop staat parallel aan de schakelaars van K1 en K2. Dus ook in de stopstand werkt deze schakelaar niet. Beide schakelaars en de controle lampjes zijn samen te bouwen in een schakelpaneel.

De getekende stand is de stop-stand.

Er zijn 4 leds gemonteerd. De rode led brandt als de schakeling in handbedrijf staat, dus stoppen. De groene brandt als de baan automatisch draait. Er brand 1 oranje led als de schakelpuls vanaf de relaisprint binnenkomt en de schakeling staat op hand, de tweede oranje led gaat branden als de schakelpuls van de schakelrail binnenkomt.

Bovenkant print                                                Soldeerkant print.   (aansluiting)

Ook van deze print zijn twee stuks nodig, één voor de binnenbaan en één voor de buitenbaan.

Stroomverdeling (gele draad).

De gele voedingsleidingen moeten over de transformatoren verdeeld worden. We mogen tenslotte niet alles zo maar aan elkaar knoppen. We hebben 5 transformatoren, we kunnen dus alles goed verdelen.

1. Wissels W1/W1a, de seinen A-b2 en A-b3 en bijbehorende relaiskaart.

2. Wissels W2/W2a, de seinen A-i2 en A-i3 en bijbehorende relaiskaart.

3. Wissels W3, W4 en W6, het sein A-b1 en bijbehorende schakelpaneel.

4. Wissels W8, W9 en W12, het sein A-i1 en bijbehorende schakelpaneel.

5. Wissels W5, W7, W11 en W10, de seinen A-r1 en A-r2.

Opmerking.

De aansluiting van wissel W1 wordt met een drie-aderige draad naar de relaiskaart gebracht. Het zelfde geldt voor wissel W2. Het aantal draden van het station naar de bediening is minimaal. Per ovaal 2 schakeldraden en twee voedingsdraden.

We maken aan de voorkant een draadboom met kroonsteenkoppeling. Het aantal draden voor de koppeling is 10. wel te verstaan, 3 van W1, 3 van W2, 2 schakeldraden van de relaiskaart voor het buitenspoor en 2 voedingsleidingen. Tijdens de eerste bouw wordt het tussenstuk weggelaten. Een de draadboom moet een lus komen van minimaal 120 cm, we stellen de lus op 140 cm. (top)

Zijn alle eisen behaald.

  1. Het is een eenmalige opstelling, dus na de beurs wordt de baan afgebroken.

      De baan komt los te liggen dus afbreken geen probleem. VOLDOET.

  2. De baan moet passen op de beide helften van een tafeltennis tafel.

     Met het ontwerp rekening mee gehouden. VOLDOET.

  3. Op de beurs moet de tafel verlengd kunnen worden met een tussenstuk van 125 cm.

      In het tussenstuk komt voor elke rail dezelfde configuratie voor. VOLDOET.

  4. In het tussenstuk moet het minimum van techniek aanwezig zijn.

      De rails zijn alleen maar als verlenging te plaatsen wel moet er gedacht worden aan de

      isolatieplaatsen, dus weinig techniek. VOLDOET.

  5. De techniek van beide helften moet goed en makkelijk te scheiden zijn.

      Opgelost door gebruik te maken van deelbare kroonstenen. VOLDOET.

  6. Het werken in hoogten wordt moeilijk omdat we de baan los leggen.

      We proberen de rode binnenbaan enkele cm's te verhogen hoe en of dit werkt weten we

      pas tijdens de bouw. TWIJFEL.

  7. In de tafel mogen geen gaten geboord worden (lastig bij tafeltennissen).

      Kun je met het bouwen rekening mee houden, alle draden naar de zijkant. VOLDOET.

  8. Er moeten meerdere treinen op één traject kunnen rijden.

      Per ovaal kunnen 3 treinen aan het rijden deelnemen. VOLDOET.

  9. De treinen moeten onbemand hun gang kunnen gaan.

      Door de seinregeling wordt een trein groen gegeven als de afstand tussen de treinen groot

      genoeg is. De vertrekkende trein zet het voorgaande blok op onveilig. VOLDOET.

      ps. praktisch de regeling wel in de gaten houden met treinwissel e.d.

10. Er moet minimaal één keerlus aanwezig zijn.

      Er is één keerlus aanwezig en wel in het midden van de ovalen. VOLDOET.

11. Er moet een opstelspoor zijn voor wisselende treinen uit het schaduwstation.

      Er zijn drie opstelsporen voor wisselende treinen of afgaande treinen. VOLDOET.

12. De baan wordt analoog aangestuurd.

      Zoals besproken, alleen maar analoge transformatoren voor het rijden. VOLDOET.

13. Maximale treinlengte is ~100cm aan karretjes + locomotief.

      Heb je zelf in de hand en wordt nergens geregeld, het kan dus fout gaan door gebruik te

      maken van te lange treinstellen. TWIJFEL. (top)

 

Foto,s (klik op de foto voor groter beeld)

De twee locs staan al te wachten.                        Druk aan het bouwen.

 

Brug van Temsi (Mecanno).                              Elke bouwavond worden er testrondjes gereden.

De baan naar buiten om te draaien.                     Het stadje 'Oldelandermarkt' wordt gebouwd.

bw 'Oldelandermarkt' in aanbouw.                           Plaatje van de opstel- of wisselsporen

De relaisprint wordt zichtbaar geplaatst.               De regelplaats.

Een ongeluk zit in een klein hoekje.                 Naar aanleiding van het ongeluk, de NOODSTOP.

De treinbaan met huisjes, hij is zo goed als klaar.

De bw aangekleed.

 

Veel treinplezier en kom zeker langs op de Herfst-Crea beurs in zalencentrum Dalzicht te oldemarkt, het is de moeite waard.  (top)